We hebben Peppa Big liedjes zien oefenen met haar schoolklas, ziekenhuisje zien spelen met haar vriendin, op de boot van opa zien varen en gevolgd op haar kampeertocht met een high tech camper die zelf de weg naar de eendenvijver weet. Maar nu – na twee episodes écht écht de laatste opa – is het tijd om het scherm te sluiten en een boterham te eten. Vind ik. En kleindochter Maria (3) aanvankelijk ook. Tablet uit, wat wil je erop en erbij, toetoet met kinderstoel en al aan tafel schuiven. Lekker eten meid. Maar dan.
‘Ik wil eten én Peppa Big kijken.’
‘Dat doen we niet. Kijken is kijken en eten is eten.’
Ik hoor de redenering rammelen, maar denk aan duidelijkheid en grenzen stellen.
‘Nee!’, zegt Maria. ‘En dan zeg jij: ja!’, voegt ze er meteen zelf aan toe. ‘En dan doen we: Nee! Ja! Nee! Ja!’ Ze laat het klinken als de stampende laarsjes van Peppa.
‘Klopt’, zeg ik, ‘maar ik wil het echt niet.’
‘Maar ik wil het en ik héb gezegd wat ik wil’, refereert Maria aan blijkbaar een of andere afspraak uit het discussieprotocol.
‘Het mag van papa en mama’, gooit ze dan ook maar meteen haar ultieme troef op tafel.
‘Echt?’, vraag ik.
‘Echt!’, zegt ze, ‘Dan eet ik hier…’, gaat ze met twee afpalende handjes zo rap mogelijk van theorie naar praktijk, ‘en dan staat hier de tablet met Peppa Big…’
Recht tegenover haar bord dus, waar ze ondertussen stukjes boterham met smeerkaas van opknabbelt. Op de korstjes na. Die legt ze kaal gegeten terug op haar bord, netjes op een rij. Ik aarzel, maar besluit dan toch mijn eigen plan te trekken.
‘Misschien bij papa en mama, maar bij mij niet’, zeg ik. ‘Bij mij is eten eten en als je klaar bent misschien nog een stukje Peppa Big.’
‘Dan ben ik klaar met eten!’, besluit ze onmiddellijk.
Ze laat zich van haar kinderstoel afglijden, in één soepele beweging door naar de bank waar Peppa Big op het scherm onder twee streepjes pauze heeft. Ze klikt geroutineerd het filmpje tot leven. Ik kijk naar haar, het bord met de laatste stukjes brood, de verzameling korstjes en zucht.
‘Hier’, zeg ik en schuif het bordje naast het scherm met de familie Big die in modderplassen springt. ‘Maar niet te lang dan hoor.’
‘Waarom niet?’, vraagt ze en kijkt me oprecht geïnteresseerd aan.
‘Dat is niet goed voor je ogen’, zeg ik. ‘Je moet af en toe ook naar andere dingen kijken. Naar mij bijvoorbeeld.’ Ik maak wat rare sprongen om daar de lol van te illustreren. Maar zij is alweer bij de modderspetters op het scherm.
‘Opa, kijk…’, zegt ze dan op een toon van hoe moeilijk kunnen we het elkaar maken. ‘Ik eet de korstjes.’ Ze steekt er inderdaad eentje in haar mond. ‘Dat is ook goed voor je ogen!’
Zo een klein manipulatief krengetje 😘, wat heeft ze een humor. Zit u dan niet stiekum achter uw hand hard te lachen?
Absoluut!