Crèche

Op een white board heeft kleindochter Maria (3) met hulp van haar moeder en een viltstift haar week in kaart gebracht. Mamadag, papadag, opadag en tweemaal naar de crèche. Vormgeving en illustraties heeft ze zelf bedacht, de uitvoering is van mama. Ze toont mij het resultaat, het ritme van haar leven in beeld.
‘Anders weet ik niet waar ik ben’, legt ze het doel van het project uit en wijst me de weg in het schema.
Hartje voor mama, katje voor papa, konijntje voor opa en een gezellige ronde olifant verbeeldt de crèche.
‘Ga je daar graag naar toe?’, vraag ik.
Ze knikt. Met ‘Daar zijn al mijn beste vrienden’ als constatering en toelichting tegelijk.

Ook op de dagen thuis, is de crèche nooit ver weg. Zoals vandaag. Op een keurige rij zitten haar opvangkindjes op de bank. Stitch met zijn grote schrikogen, Snoopy met zijn hangoren, een telkens omvallende baby Monica met te hoog zwaartepunt, een kleinere pop die ze gewoon Baby noemt, een pluizige knuffelbeer die Beer heet en een kleine spin off, genaamd Beertje.
‘Let jij even op ze?’, vraagt ze. ‘Ik moet de poepluiers doen.’
‘Hebben ze gepoept dan?’, vraag ik, duidelijk niet op mijn rol als crèche-assistent voorbereid.
Ze zucht.
‘Allemaal…;, zegt ze en loopt naar de keuken om uit een van de lades een stapeltje pedaalemmerzakken tevoorschijn te trekken.
‘Breng ze maar als ik roep’, laat ze mij nog even mijn taakje weten.

Ik zit tegenover de strakke rij peuters, samen te wachten op de eerste afroep. Ze lijken enigszins schuldbewust te kijken. Allemaal gepoept! Maar dat zal aan mij liggen.
‘Eigenlijk moet ik handschoenen aan’, hoor ik Maria in de keuken mompelen. ‘Maar ja, die zijn er niet…’
‘Breng Beertje maar’, hoor ik dan.
Ik loop met het bruine beestje naar de eettafel die Maria met wegwerpzakjes en billendoekjes heeft omgebouwd tot verschooncentrum. Daar neemt ze hem van me over, ruikt even aan zijn billen, laat een hartgrondig shit horen, pakt een pedaalemmerzak en slaat daar met fanatieke gebaren lucht in om ruimte te maken voor een goed gevulde luier.
‘Zeg maar tegen de anderen dat ze met fruithapje moeten wachten’, instrueert ze mij terwijl ze Beertjes billen afveegt, haar neus in rimpeltjes getrokken vanwege de lucht. ‘Ik ben hier nog wel even bezig.’
‘Is de juf op de crèche ook altijd zo druk?’, vraag ik.
Ze kijkt me aan, met zo te zien teveel aan haar hoofd voor deze prietpraat, telt het volkje op de bank – nog vijf te gaan – en veegt met de rug van haar hand en een vermoeid gebaar een pluk haar uit haar gezicht.
‘Heul!’, zegt ze.

Loading spinner
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties