Zwarte toekomstbeelden zijn er te over. Dat lijkt soms iets van nu, maar volgens mij horen apocalyptische twijfels over hoe het verder moet gewoon bij ons. Ik kom nog uit de tijd van de Amerikaanse oorlog in Vietnam, communistenbestrijder McCarthy, de Club van Rome, woningnood en een oma die dikke truien breide voor als we naar Siberië zouden worden afgevoerd. Vietnam is gevolgd door Koeweit, Irak, Afghanistan en recentelijk Venezuela en Iran. McCarthy’s kruistocht tegen de communisten is vervangen door Trumps strijd tegen woke. Zure regen en overbevolking zijn opwarming van de aarde en dubbele vergrijzing geworden. Een nummertje trekken bij het Centraal Bureau Herhuisvesting in de hoop op een tochtige etage is nu wanhopig overbieden op een al even tochtige etage. Alleen Siberië is gewoon Siberië gebleven. Hoogstens is Chroetsjov vervangen door Poetin en hebben de wollen kriebeltruien plaatsgemaakt voor zachtaardig fleece. Verder nog steeds: we staan aan de rand van de afgrond. Hoed je maar. Koop een opwindradio en een grossiersverpakking bruine bonen.
Weinig nieuws dus feitelijk. In Absolute Democratie van Ilja Pfeijffer lees ik dat al in de Griekse oudheid politici stonden te trappelen om de onvrede en angsten van mensen te mobiliseren om in naam van de democratie de democratie om zeep te helpen. Dat zou nu dus weer gebeuren.
Kan. Enige houvast, net als bij angsten over wat er van je kind moet worden als ruziemaken op de glijbaan maar door-en-doorgaat: vertrouwen. Vertrouwen in mensen. Die willen iets te zeggen hebben over hoe hun dagelijks leven eruitziet. Die willen mopperen en kletsen en ruziemaken tot de zwerm weer net ietsjes bijstuurt. Geen dictator heeft dat kunnen uitroeien al afficheert hij zich nog zo uitbundig als dé spreekbuis van het volk, geen legers hebben het onder de voet kunnen lopen. Ik zie de vorige machthebber van Iran, de sjah van Perzië, nog vluchten voor zijn leven terwijl de bevolking van Teheran woedend de peperdure en decadent gevonden schoenen van zijn vrouw Farah Diba de straat op smeet. Nu trekken de nazaten van toen het beeld van een bebaarde religieuze man met tulband omver. Toen tégen een westerse levensstijl nu vóór. In beide gevallen gaat het, denk ik, om machthebbers die de bevolking monddood maken. Dat pikken mensen uiteindelijk niet. Ze willen meepraten en meebepalen. Vroeg of laat, linksom of rechtsom.
Dat vertrouwen heb ik.
Dank u wel, voor een hart onder de riem. Zonder vertrouwen zou ik niet kunnen leven.