Repareren. Voor kleindochter Maria (3) is het eigenlijk altijd repareren! Met een uitroepteken en een huppeltje erbij. Een deur die piept, een lamp die plof zegt, ze holt direct naar de grote kast in de kamer waar een van de belangrijkste attributen van het huiselijk leven geparkeerd staat. De gereedschapskoffer. Glimmende steeksleutels, schroefbitjes in het gelid, de waterpas met zijn wegglippende bolletje lucht. Daar op haar knietjes naar kijken, steekt Peppa Big met gemak naar de kroon.
Vandaag kan dus niet meer stuk, de monteur van het bedrijf dat bakfiets van de familie heeft geleverd komt voor onderhoud aan de deur. Vóór de deur beter gezegd, met een busje waarin wat zij kent aan gereedschapskist zich wonderbaarlijk heeft vermenigvuldigd. Aan de lange kant een hele stalen muur van laatjes met rammelende onderdelen en rekjes met zacht schommelende schroevendraaiers en tangetjes. Er is zelfs een hydraulisch takelsysteem waarmee de monteur, voorzien van oversized headphones, weerbarstige krullen en een glimlach voor Maria, haar bakfiets met een druk op de knop ín het busje de lucht in tilt.
Ze is er helemaal klaar voor. Zonnebrand op armen en benen, petje op haar hoofd, buggy met het dakje op gluurstand. Mogen we kijken, check ik maar even? Maar natuurlijk, gebaart de monteur met een brede zwaai van zijn ringsleutel.
Dat doen we. Met af en toe een kleine aanwijzing van Maria aan mij wanneer de zichtlijn op elke beweging die de monteur maakt vanuit haar buggy nog net iets beter kan. Verder is het vooral stil. Heel stil. Tot ze naar mij gebaart dat ze iets aan me kwijt wil. Kom met je oor, wenkt ze. Dichterbij, nog dichterbij. Het kriebelt vooral, want in plaats van woorden komt er aanvankelijk alleen maar lucht.
‘Wat zeg je?’, fluister ik.
‘Opa…’, lispelt ze bijna onverstaanbaar.
Verder nog even niks. Maar dan pakt ze toch de moed bij elkaar.
‘Wil je tegen hem zeggen…’ korte pauze en dan… ‘dat ik Maria heet?’
Ze kijkt me met grote ogen aan en wijst naar de monteur. Die is net het ingenieuze stuurmechanisme van het vooruitgeplaatste voorwiel aan het demonteren.
‘Straks?’, vraag ik haar. ‘Hij is even druk.’
Daar moet ze over nadenken. Tot ze het weet.
‘Nee’, blaast ze dan in mijn oor. ‘Doe maar nu.’
Dat wordt een techneutje als ze later groot is.