Groep

Het is onze vaste opadag en ik ben met kleindochter Maria (3) onderweg naar de winkels. We hebben dringend touw nodig om de vlag van Brazilië, het geboorteland van haar moeder, voor het WK-voetbal in de tuin op te hangen. Dus lopen we stevig door op zoek naar waar ze dat verkopen. Uit de andere richting komt een collega-setje, ook man met buggy en meisje er in.
‘Dat kindje heeft papadag’, constateert Maria met een kennersblik.
Daarna is het even stil onder het buggykoepeltje.
‘Ik dacht dat alle kinderen vandaag opadag hebben’, zegt ze met verwondering in haar stem.
‘Nee’, zeg ik. ‘Dat kan verschillen.’
Klinkt logisch, maar hier moet ze toch echt even over nadenken.
‘Ik hou van kindjes die vandaag ook opadag hebben’, besluit ze. ‘’Zullen we die zoeken?’
‘Eh… jaaa.’

En dus speuren we in het winkelcentrum niet alleen naar stevig touw, maar ook naar lotgenootjes met een opa bij zich. Die laatste zijn er als leeftijdscategorie ruimschoots, maar allemaal met een boodschappenkar of rolmandje vol spullen in plaats van een buggy met een kindje. Een mama met een loopfietsende peuter zien we wel en een luid telefonerende vader met een baby in diepe slaap. Maria keurt ze nauwelijks een blik waardig. Touw vinden we ook, maar de oorspronkelijke missie van vlagvertoon lijkt wat uit het zicht.
‘Zullen we maar weer naar huis?’, stel ik voor.
Maria aarzelt. Haar solitaire status zit haar toch dwars blijkbaar.
‘Nog een rondje zoeken?’, vraagt ze en wijst een zijstraatje in het winkelgebied waar we normaal nooit komen.
‘Is goed’, zeg ik.
‘Weten we dan nog waar ons huis is?’, aarzelt ze terwijl ze naar de onbekende winkelpuien kijkt.
‘Dat lukt’, zeg ik.

Gelukkig blijkt dat te kloppen en lopen we even later de bekende route terug naar waar papa, mama en Maria wonen. Het is stil daar voor me in de buggy. We hebben ondanks de omzwervingen nergens de groep aangetroffen die toch zou moeten bestaan en blijkbaar speurt ze nog steeds naar die grote stroom kinderen met ieder zijn gerimpelde oude man als zorggezelschap.
‘Ik zie niemand’, hoor ik haar zeggen.
Het klinkt eerder voor zichzelf dan voor mij. Net als de vervolgstapjes.
‘Niemand meer heeft opadag…’, mompelt ze in haar eigen taalconstructie.
Met de in dat geval niet te ontlopen conclusie.
‘Alleen ik heb opadag.’
Daarna is er een lange stilte. Vol gedachtes.

Loading spinner
1 Reactie
Marijke

Ha Jos, als troost voor Maria. Elke dinsdag is het bij ons opa- en omadag en op donderdag exclusief opadag. Als ik op dinsdag met de jongste, die van 2, het zusje van 5 ophaal van school, ben ik in het gezelschap van zeker 3 opa’s (zonder oma). Er is dus nog hoop 😉