Strijd

Het was knap lastig voor kleindochter Maria (3). Zwier je net lekker op de schommel – één keer hard duwen opa, de rest doe ik zelf – komt er zo’n dreumes met smekende ogen voor je staan. Die wil er ook op. Eerst negeert ze deze ongewenste indringing nog even vakkundig, maar als ik dan na de moeder van het kindje ook voorstel om het jongetje er even op te laten, laat ze zich met een zucht van het schommelzitje glijden.

Dan even later. We staan bij zo’n soort draaimolentje waar drie fietsjes op zijn gemonteerd die niet zichzelf maar de gezamenlijke molen aandrijven als je trapt.
‘Dat kan ik’, weet ze meteen.
‘Heb je dat al eens gedaan?’, vraag ik.
Ze knikt.
‘Op de kinderopvang is die ook.’
Er zit in dit geval alleen al iemand op. Een iets groter meisje dan zijzelf die onthecht aan haar omgeving en wat zich daar aandient op de verte focust. En flink hard trapt.
‘Zal ik je er op zetten?’, wijs ik op één van de twee andere fietsjes.
Bij wijze van antwoord kijkt Maria met een verbeten blik en woedende ogen naar haar rivaal die met een nauwelijks onderdrukt lachje haar rondjes draait.
‘Nu wil ik!’, besluit Maria.
Ik snap haar punt, maar met twee lege fietsjes is dat lastig verkopen.
‘Gaat het te hard?’, vraag ik.
Een overbodig detail. Want ‘nu wil ik!’ herhaalt Maria alleen maar, met behalve woede nu ook een eerste traan in haar ogen.

Ik wijs nog maar eens op de lege fietsjes, bied opnieuw aan haar op één daarvan te tillen, het meisje te vragen rustiger te trappen desnoods. Het valt allemaal in een poel van onbegrepen onrecht. Ze staart strak naar die ander. Die op haar beurt de uitdaging luchtfietsend negeert.

We waren toch al aan het opstappen en druipen af richting huis. Verslagen kruipt ze in de buggy en ik rijd haar de speeltuin uit.
‘Ze ging er niet af’, hoor ik haar daar voor me boos mompelen.
‘Wilde je niet samen?’, vraag ik.
‘Nee’, zegt ze.
‘Vond je dat eng?’
‘Ja!’
Het is even stil onder het buggy-koepeltje.
‘Nu is ze niet meer mijn beste vriendin’, hoor ik haar dan met wat meer kracht in haar stem zeggen.
‘Oh? Was dat meisje dat dan?’
‘Ja’, zegt ze. ‘Heel even.’
Ze steekt haar hoofd uit de buggy om te zien of de boodschap bij mij landt.
‘Maar nu niet meer’, roept ze dan, opgetogen bijna. ‘Nooit meer!’

Loading spinner
0 Reacties