Zorgzaam

Het eerste berichtje komt van mijn zoon die vrijwel in dezelfde stad woont. Hij weet dat ik ’s morgens altijd al met de statiegeldmannen, zakken met ingezameld plastic en blik op de rug, voor de nog gesloten deur van Albert Heijn sta – uitslapen, wat is dat? – en waarschuwt me. Het is glad buiten, laat hij me in een vroeg verzonden appie weten.

Het is het type boodschap dat bij mij zonder dat ik het echt in de gaten heb in een apart vakje belandt: bestemming de rest van de wereld. Dus stap ik op mijn fiets, tas met lege flessen rammelend aan het stuur. Ik rijd langzamer dan anders, dat wel. En kijk goed uit. Die andere oude man, ook op de fiets, zie ik dus al van ver naderen. En bij het oversteken van de kennelijk erg gladde tramrails onderuit schuiven.
‘Niks aan de hand!’, roept hij meteen terwijl hij met wegglippende onderbenen overeind krabbelt.
Een reactie afkomstig uit datzelfde vakje waar de boodschap van gevaar opgeborgen zit. Dingen gaan mis, in de rest van de wereld.

Voor mij ís die man de rest van de wereld, dus is er voor mij wel iets aan de hand. Zorg. Ik help hem overeind en loop met hem mee naar de veiligheid van zijn voordeur, gelukkig vlakbij. Ik druk hem op het hart voorzichtig te zijn.
‘Stramme benen en broze botten combineren slecht met ijzel en sneeuw’, zeg ik.
Hij knikt. Toch mooi dat het zo wisselwerkt. Waarna ik weer op mijn fiets stap voor de glasbak en de supermarkt. Voorzichtig, jaja natuurlijk.

Pas terug thuis lijkt zo’n boodschap uit het geheime vakje langzaam het normale besluitenleven binnen te druppelen. Bij mij tenminste. Er vallen bovendien in de dagen daarna indrukwekkende hoeveelheden sneeuw en de KNMI-kleurcodes rollen behangen met uitroeptekens en waarschuwingssterretjes over het scherm van mijn telefoon. Als ook de NS vervolgens min of meer de handdoek gooit, stuur ik een berichtje naar mijn dochter. Sorry, vrijdag kinderen van school halen, sla ik even over. Waarna natuurlijk al snel de twijfels komen, vol hoe moet dat dan en dat weer valt eigenlijk best mee.
‘Ik kom toch!’, laat ik dus kort voor mijn opadag weten.

De kinderen hebben erover vergaderd, stuurt mijn dochter even later hun reactie. Ze hebben weerberichten en -geruchten geraadpleegd en serieus besproken, begrijp ik. Hun besluit: kleinzoon Liam (12), net aan op ‘de middelbare’, haalt zijn jongere zussen Elin (10) en Sophie (8) op bij hun school en met zijn drietjes lopen ze naar huis. Een glibbertocht van zo’n drie kwartier. Spannend, vooral voor Sophie. Maar, lees ik in het berichtje: ‘ze gaan ervoor’.
‘Je mag absoluut niet komen van ze’, licht mijn dochter me hun zorg toe. ‘Ze willen niet dat jij hier strandt of valt of iets…’

Jeetje ja, zeg ik tegen mezelf.

Loading spinner
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties