Jobb
Op het opabankje

Oudemannengezeur, pensionadogedachtes en opa-ervaringen.

Jobb

12 februari 2019

Kleinzoon Jonas (3) woont ver weg en na zijn laatste bezoek vanuit Noorwegen aan Nederland een maand of drie geleden hebben we elkaar alleen af en toe via Skype gesproken. Gelegenheden die hij meestal aangrijpt om mij op de iPad van zijn vader als een sierkussentje op de bank te posteren naast waar hij ook maar mee bezig is. Eten, zijn lievelingsserie Paw Patrol kijken of Paw Patrol naspelen op de grond in een krul rond Ryder, Skye of hoe ze ook allemaal heten en hun voertuigen. Conversatie niet echt nodig, wat instemmend gemompel van mijn kant en van tijd tot een stuk speelgoed voor de cameralens van zijn kant is zo'n beetje onze interactie. Maar nu stap ik in levenden lijve zijn eigen huis binnen en moet hij me dus nodig alles vertellen wat er in zijn leven zoal speelt. Van een tandartsbezoek diezelfde dag tot de dringende en met eigen documentatie onderstreepte mededeling dat Marshall, zijn lievelingshond bij Paw Patrol, blauwe ogen heeft, zoals hij en papa en opa, terwijl Rocky, 'het zijn allemaal pups, opa, die lossen de problemen op', bruine ogen heeft, zoals zijn kleine broertje Julian en mama. Ook tijdens het eten vertelt hij maar door, over de boeken die hij heeft en die hij straks met me wil lezen, over zijn moeder die naar haar werk is, over zijn vader die nu thuis is omdat die niet naar zijn werk is. En natuurlijk over de afmetingen waarop hij zijn pizza bij voorkeur gesneden wil zien en de pizza zelf die de allerlekkerste van de wereld is en waar ik best een stukje van mag proeven. 

Eenmaal slapentijd moet ik uiteraard mee naar zijn slaapkamer, 'kom opa!', waar hij bezorgd informeert of ik van op de grond zitten hou, de plek waar zijn papa altijd naast zijn bed zit om samen afscheid van de dag te nemen. Zodra hij me wat aarzelend ziet kijken, rent hij naar de kamer om vandaar met steunend geuit krachtsvertoon een gestoffeerde kruk naar zijn kamer te slepen waarvan hij hoopt dat die wel geschikt is om de vers gearriveerde opa aan zijn bed te kluisteren. Dat is het en samen lezen we niet twee, zoals eigenlijk de bedoeling is, maar drie boeken en zingen we van schaapje heb je nog wat wol, over het trappetje naar het raamkozijn en van slaap kindje slaap. Zijn tweede stem valt steeds vaker even weg en wordt op een gegeven moment afgewisseld met een tevreden snurkgeluidje. Hij slaapt.  

Ik wil zijn handje al voorzichtig uit die van mij losmaken, als hij opeens half overeind komt en zijn ogen wagenwijd opengaan. 
'Opa!', zegt hij dringend.  
'Wat is er jongen?' 
'Heb jij ook een jobb?' 
Ik denk even dat ik het, ook vanwege zijn accent, niet goed versta. Job? 
'Wat bedoel je?' 
'Jobb. Wérk', vertaalt hij voor me uit wat gewoon Noors blijkt. 'Heb jij werk, opa?' 
'Nee, ik hoef niet meer te werken.' 
'Nooit?' 
'Nee, nooit.' 
Ik hoor in het donker een tevreden zucht naast me en zie hoe hij zijn hoofdje terug op zijn kussen laat zakken.  

Snel daarna is het snurkgeluidje er weer. Dit keer om te blijven. 


Voor aankondigingen van nieuwe opastukkies, volg mijn Facebookpagina.