Boos
Op het opabankje

Oudemannengezeur, pensionadogedachtes en opa-ervaringen.

Boos

08 oktober 2018

Sommige buurtgenoten op onze woonplek middenin de stad zijn wat je noemt schilderachtig. Schuddekopje bijvoorbeeld. Een man met een permanent afzakkende broek die uren achtereen rond de tramhalte bij ons voor de deur scharrelt, peuken opraapt én opsteekt en zijn eten en drinken uit de vuilnisbakken opdiept terwijl hij onophoudelijk met zijn hoofd schudt. Misschien vanwege een ziekte. Misschien uit ontsteltenis over wat hij elke dag weer aan bruikbaars aantreft. We weten het niet, want op praten hebben we hem nog niet kunnen betrappen. Dat geldt niet voor Jeroen De Prediker. Die citeert met luide stem Bijbelteksten en houdt, vooral als je hem vraagt ergens anders dan in onze hal te gaan slapen, uitgebreide uiteenzettingen over de tuinmannen in de hemel waar hij binnenkort een kamer bij kan huren. En dan is er De Woedende Man. Hij is ongeveer van mijn leeftijd, of wat eerder verkreukeld geraakt. Een lange, magere gestalte met sliertig blond haar en een woedende blik in zijn ogen die vrijwel onafgebroken scheldtirades de straten in schreeuwt. Een beetje scheef in het vak geparkeerde auto, een verkreukeld bierblikje dat niet in maar naast de prullenbak ligt, een omgevallen fiets, een plastic boterhammenzakje zwemmend tussen de eenden in de gracht en laatst zelfs een mevrouw die een statiegeldfles wat hem betreft verkeerdom in de retourautomaat bij Albert Heijn duwde. Of ze soms blind was en het instructieplaatje niet kon lezen. Godver-de-godver-de-godverdomme-nog-an-toe! Bodem eerst!

Alles wat afwijkt van hoe hij de wereld blijkbaar graag heeft, is aanleiding voor luid geschreeuw, met een rood aangelopen hoofd, veel speeksel en rondmaaiende armen om zijn punt te benadrukken.

Helemaal onbekend is het niet voor mij. Een brombezorger van buurman Taco Mundo die langs onze voordeur scheurt als ik net met mijn vuilniszak naar buiten wil stappen. Een kluwen Japanners voor mijn fietswiel die in doofstomme onbereikbaarheid met tablets als deurmatten op uitgestrekte armen zichzelf staan te fotograferen. De stofzuiger die zichzelf twee keer achter elkaar onwrikbaar tegen dezelfde tafelpoot vastloopt in plaats van gedwee achter me aan door de kamer te hobbelen. Bonkige mannen die onder het bordje niet roken wijdbeens op de stationsbank hun walm van zware shag en lak aan alles mijn lucht inblazen. De gloed die dan naar mijn wangen kruipt. De streep die dan tussen mijn wenkbrauwen trekt. De kiezen die dan nog maar net zonder geknars op elkaar klemmen. Ik hou mijn mond, meestal. Maar hoe lang nog, vraag ik me wel eens af.


Voor aankondigingen van nieuwe opastukkies, volg mijn Facebookpagina.