Keurig
Op het opabankje

Oudemannengezeur, pensionadogedachtes en opa-ervaringen.

Keurig

19 mei 2018

Het is een uur of tien 's avonds. Het stationsplein net aan de andere kant van onze huiskamer with a view is verlaten. Een bus van Connexxion spreidt in de lichtcirkel van een lantaarnpaal zijn deuren uitnodigend open, maar er is niemand om op het gebaar in te gaan. Aan de andere kant van het plein komt een ambulance aanrijden. Geen haast, zo te zien. Voor de vorm veegt het blauwe licht af en toe met een trage zwaai over het asfalt, meer om de status van het voertuig te bevestigen lijkt het dan uit urgentie van de zorgtaak. Terwijl de verplegers aan twee kanten om de auto heenlopen om de achterdeuren te openen, komt vanuit het station iemand naar ze toe. Ik zie ze praten en wijzen, binnen is blijkbaar iets aan de hand. Nog steeds weinig gealarmeerd, schuiven de twee hulpverleners een brancard uit de auto en laten er met een routineus gebaar het onderstel onderuit klikken. De fluorescerende strepen op hun werkkleding lichten zilver op in het licht van de stationshal. Samen met de man die blijkbaar heeft gebeld, lopen ze naar binnen, brancard tussen hen in. Hun stap is ontspannen, wat waarschijnlijk de reden is dat de paar mensen die er rondlopen weinig aandacht aan de kleine processie besteden. Bij een bank waar ik vanuit mijn huiskamer maar gedeeltelijk zicht op heb, parkeren de verplegers hun brancard. Aan de andere kant van de leuning die mijn beeld blokkeert, ligt blijkbaar iemand, want ik zie ze vooroverbuigen, gebaren en praten. Wat ze daar aantreffen, vergroot op geen enkele manier de snelheid van hun gebaren. Integendeel. Eén van de verplegers gaat er nu zelf ook bij zitten. Ik zie hem met zijn handen door zijn haren krabbelen als iemand die zich afvraagt of het niet eens tijd wordt voor een ander beroep. Zijn collega maakt ondertussen de brancard in orde. Blinkend wit laken onderop. Nog zo'n laken er overheen. Kussentje erbij en een warm dekentje om het af te ronden. Blijkbaar is er dus toch wel iets aan de hand.

En inderdaad, want wanneer de boel is opgemaakt, zie ik een wat oudere man met lange slierten grijs haar om zijn hoofd van de bank overeind komen en naar de brancard toe schuifelen. Daar aangekomen, blijft hij aarzelend staan. Zijn hoofd is gebogen, zijn handen glijden onderzoekend over de deken, als een kritische klant die eerst de kwaliteit wil beoordelen. Dan zie ik hem het bovenlaken met deken en al terugslaan. Met zijn handen maakt hij lange, strijkende gebaren over het onderlaken, als om een venijnig plooitje dat aan de aandacht was ontsnapt weer netjes glad te krijgen. Blijkbaar tevreden met het resultaat, pakt hij vervolgens het witte kussentje en schudt dat met de motoriek van een moeder met een koortsig kind eens lekker fris op. Met een bemoedigend klopje, legt hij het terug op de brancard. Dan pakt hij het bovenlaken met de deken, trekt ook deze netjes strak en slaat met een toegewijde beweging een ruime punt uitnodigend opzij. Even leunt hij tegen de zijkant van de brancard, als om op adem te komen. Dan stapt hij, met een zwaai van zijn been, schoen en al, in zijn zelf zo keurig verzorgde bed. En laat zich kalmpjes naar de ambulance rijden. Zijn blik kan ik niet zien. Zijn armen wel. Die liggen in een vredig gebaar gevouwen over zijn borst.


Voor aankondigingen van nieuwe opastukkies, volg mijn Facebookpagina.