Briefje

‘Ben ff stukkie fietsen… Ben bij de brillenboer… Ben naar de kapper…’
Kleinzoon Liam (9) logeert in zijn vakantie een paar dagen bij ons en bladert door de stapel briefjes die kant en klaar in een bakje liggen om op tafel te schuiven als afwezigheidsmelding aan elkaar. Ik ga met hem boodschappen doen en heb hem gevraagd het bijpassende briefje voor oma neer te leggen.

Hij leest de opties hardop voor.
‘Ben ff bakkie doen bij Kees… Ben zo’n prik halen… We zijn naar de speeltuin… Ben ff naar de Gamma, heb het pasje bij me…’

‘Zie je er wat bij voor nu?’, vraag ik.
Hij scharrelt nog even verder en legt dan, als een pokerspeler zijn troefkaarten, de oogst van zijn zoekwerk op tafel. Drie stuks maar liefst.
‘Ben boodschappen doen… Ff blokkie om… Ben ff de stad in…’
‘Ze zijn alle drie geldig’, legt hij zijn keuze uit.
‘Oké’, zeg ik en loop naar de gangkast om de boodschappentas te halen.
‘We gaan ook meteen langs de glasbak’, zeg ik wanneer ik zie dat daar wat lege flessen in zitten.

Het is even stil in de kamer, waar hij nog met de briefjes in de weer is.
‘Dat kan niet’, roept hij dan naar me.
‘Hoezo?’, vraag ik.
‘Daar is geen briefje van…’
‘Aha’, zeg ik.
In de keuken scheur ik een blaadje van het bloknootje dat daar hangt om boodschappen te noteren.
‘Ff flessen wegbrengen…’, schrijf ik er op.
Ik geef het briefje aan Liam. Die schuift hem bij de andere drie op de tafel. In een strak uitgelijnd actiecarré. En kijkt peinzend naar het resultaat.

‘Kun je er nog eentje maken?’, vraagt hij dan.
‘Met wat erop?’
‘Dat je met míj boodschappen bent doen?’
‘Ben ff met Liam boodschappen doen’, schrijf ik op een nieuw briefje. Met een smiley als afscheidsgroet erbij.

Hij glimlacht tevreden als hij het leest. En knikt.
‘We kunnen’, zegt hij.