Presentatie

‘Kom je mee kijken?’
Ik loop met mijn eigen rugzak plus drie schoolrugzakjes van de kinderen aan mijn handen door een struikelpaadje van afgeworpen schoenen een flink opgewarmde huiskamer binnen. Kleinzoon Liam (9) heeft onderweg van school naar huis al een keer of wat gevraagd of ik het werkstuk wil bekijken dat hij op zijn laptop heeft gemaakt. Als we thuis zijn? Als we thuis zijn. En dus eigenlijk zodra ik een voet op de deurmat zet. Nu?

‘Even wat lucht in de tent en de spullen opruimen’, probeer ik mijn agenda af te palen van zijn dringende verlangen.
‘Kom je dan?’
‘Dan kom ik. Echt.’
Waarna hij mijn huishoudelijke vorderingen scherp in de gaten houdt en direct opnieuw instapt zodra mijn schouders naar ruststand neigen. Zijn voet al op de eerste trede van de trap naar boven.
‘Kom je dan nú?’

Eenmaal op zijn werkplek, schuiven we twee bureaustoelen strak tegen elkaar om samen naar het beeldscherm te kunnen kijken. Gebruikersnaam. Wachtwoord. Terwijl hij het intikt kijkt hij telkens even snel opzij alsof hij op voorhand wil aflezen wat ik er van ga vinden. Met een klik op ‘enter’ schuift de eerste dia het scherm binnen. Hathor, Egyptische godin, lees ik. Daarnaast een afbeelding van diezelfde godin, neem ik aan. En een pijl die naar een soort kroon op haar hoofd wijst. Tekst erbij: wat is dit?

Terwijl ik de rest van de tekst lees en eruit begrijp dat Hathor zowel moeder als vrouw is van de koning van Egypte – beetje raar maar ja, lacht Liam – klikt hij het menuutje open van Google Presentations waar hij de slideshow in heeft gemaakt. De pijl kan beter, vindt hij. Diep in het menu, bij het soort opties dat ik altijd zorgvuldig ongemoeid laat, vindt hij de mogelijkheid om de dia het beeld in te laten tuimelen in plaats van schuiven en de pijl daar met een salto achteraan.
‘Jeetje, jongen. Prachtig!’, zeg ik.

Maar hij is zelf nog niet helemaal tevreden en morrelt net zo lang aan secondenschuifjes ergens in de kelders van de app tot dia en pijl exact synchroon op hun plaats vallen.
‘Mooi!’, zeg ik in oprechte bewondering.
‘Maar wat is het?’, wijs ik dan naar zijn tekst bij het hoofddeksel van de godin.
‘Dát moet ik nog opzoeken’, zegt hij.

Met een muisklik laat hij dia en pijltje nog een paar keer in acrobatentriomf het scherm binnen zwieren. Zijn ogen strak op het beeld. Een stil lachje om zijn mond.