Held

Het is mooi weer en kleindochters Elin (6) en Sophie (4) zijn buiten op het balkon. Ze spelen samen moeder en kind, maar nu even niet. Na de ontdekking van een spinnenweb ergens op de tuinbank die daar staat, hoor ik druk overleg en dan de beslissing ‘pauze van het spel’.

Sophie komt, afgevaardigd denk ik, de keuken binnen waar ik bezig ben.
‘Er is een spin buiten’, zegt ze.
‘Ah’, zeg ik. ‘Dat kan geen kwaad hoor. De meeste spinnen doen niks. Zeker niet als je ze met rust laat.’
Haar hoofdje en schouders naar beneden, krijg ik niet de indruk dat mijn informatie erg overtuigt.
‘Vind je het eng?’, vraag ik.
Ze knikt.
‘Zijn er ook spinnen die bijten?’, vraagt ze.
‘Ja’, zeg ik geheel naar eigen ervaring. ‘Er zijn grote spinnen met een kruis op hun rug en als die in het nauw komen, kunnen ze bijten.’ Weet ik nog van een kruisspin die in de tuin van mijn opa in de mouw van mijn jas belandde. En flink in mijn pols beet. ‘Maar de meeste doen je helemaal niks’, probeer ik haar evengoed wat gerust te stellen.

Dat lijkt te lukken, want ze rent alweer naar buiten waar ik haar van alles aan haar zus hoor vertellen over spinnen die bijten en grote kruisen op hun rug dragen.

Al snel is ze weer terug. Blote kletsgeluiden van haar voetjes op het linoleum. Opgewonden.
‘Er was een spin buiten’, vertelt ze met hijgjes ertussen om genoeg lucht te krijgen. ‘En die had een héél groot kruis op zijn rug.’
‘Oh jee’, zeg ik. ‘En toen?’
Twee handjes in de lucht en een trotse lach.
‘Ik heb hem gewoon opgepakt en, hup, zo weggegooid!’
‘Zo hé!’
‘Dus ben ik een spinnenheld’, concludeert ze.
‘Dat lijkt mij ook.’
‘Dat wilde ik altijd al zijn’, roept ze terwijl ze van me weg huppelt, terug naar haar spel op het balkon, ‘en nu ben ik het!’