Winkel

‘Elin, Elin, kom snel! Klanten!’
Kleindochter Elin (6) had even pauze genomen van haar bestaan als straatverkoper en juist nu gebeurt het. Kopers. Althans: een volwassen mens, wellicht voorzien van een portemonnee met geld, in aantocht. Ondanks dat ik bij eerdere klandizie kleinzoon Liam (8) beleefd maar doelgericht het woord hoorde voeren, roept hij toch zijn zus erbij nu het weer menens zou kunnen worden.

Buiten op de stoep staat het houten trapkrukje uit de keuken. Daarop zit kleindochter Sophie (4), geflankeerd door haar broer en zus. Daarvoor staat een leeggekieperd poppenbedje met op de bodem een rijtje door zon, zee en zand verweerde oesterschelpen. Afgelopen weekend gevonden langs de Oosterschelde, nu te koop voor wat de liefhebber er voor geven wil. Twee schelpen zijn vanuit die bedrijfsopzet al ‘gratis verkocht’, zoals Elin trots komt melden. Over de derde hoor ik Liam uitleggen dat ze afkomstig zijn van de Oesterdam en dat ze nog niet zo goed weten wat ze ervoor willen vragen.

Een oudere dame met rollator en daaraan vastgebonden hondje dat nodig verderop zijn poot wil optillen, zie ik haar portemonnee te voorschijn halen en hoor ik even later met ‘dag hoor kinders, goede zaken verder’ afscheid nemen. Meteen daarna komt Elin de kamer binnen. Haar handen voor zich uitgestrekt. Daarin twee munten van twintig cent en eentje van vijf.

‘Jeetje, meid’, zeg ik. ‘Wat goed!’
‘Van een oud vrouwtje’, struikelt ze zowat over haar woorden van dit onverwachte succes. ‘Ik ken haar wel. Ze heeft een hondje en ze is heel erg oud. En Liam had gezegd dat ze maar één muntje hoefde te betalen, maar ze deed er drie…’
Plechtig spreidt ze de buit op het tafeltje in de kamer uit. En bestudeert de waarde.
‘Kan jij dit in drieën verdelen?’, vraagt ze na wat heen en weer geschuif met de twee grote goudkleurige munten en het ene kleintje van koper.
Terwijl ze het vraagt, ziet ze zelf ook al het lastige van deze opgave. Peinzend kijkt ze naar de drie munten. Dan schuift ze het geld weer in haar hand en loopt terug naar de straathandel buiten, waar ik Sophie luidkeels naar iedereen die zich in de buurt waagt ‘Hé, wil je wat kopen? We hebben oesters!’ hoor roepen.

Al snel is Elin weer terug.
‘Opgelost’, zegt ze en laat me meegluren naar haar munt van twintig cent, opgesloten in een zweterig dichtgeknepen handje dat ze heel even voor me opendoet.
‘Sophie wilde die van vijf wel nemen’, legt ze uit.
‘Ah’, zeg ik.
‘Toen kon het wel door drie’, constateert ze laconiek. En rent weer naar buiten.