Baby

Een naad van de bankbekleding ligt los en voor deze schade van een handbreedte naar een beenlengte oploopt, komt er een mevrouw van een stofferingsbedrijf langs om het ter plekke te repareren.

Kleindochters Sophie (4) en Elin (6) staan haar al tijdens het inparkeren bij de voordeur op te wachten en barsten zodra zij een voet buiten de auto heeft gezet los met toelichtingen op het euvel en inside information over de klandizie aan de andere kant van de drempel. Dat de papa en de mama naar hun werk zijn. Dat opa er is. En dat in de kamer drie kinderen rondlopen maar – tot mijn verbazing – dat ze eigenlijk met zijn vieren zijn.
‘Eentje is in de wc gevallen’, hoor ik Sophie uitleggen terwijl de mevrouw met haar gereedschapstas langs hen heen manoeuvreert om de kamer in te komen.

Ze vertelt dit kleine gezinsdrama van voor haar eigen geboorte net zo simpel constaterend als ze bij de introductie van de katten – ondanks voldoende kennis van mijn kant regelmatig herhaald – altijd vermeldt dat er ook nog eentje door een auto is overreden en een ander is overgelopen naar de achterburen. Begrafenisplek en adoptiehuis kan ze vanaf haar eigen balkon aanwijzen, zodat die twee er eigenlijk gewoon nog bij horen.

Met het verloren vruchtje van destijds ligt dat een tikje ingewikkelder en ook nadat de stoffeerder al lang weer is vertrokken, cirkelen de gedachtes erover blijkbaar door haar hoofd.

‘Die baby zwemt dan wel tussen poep en pis’, legt ze uiteindelijk als resultaat van haar gepeins op tafel. En, dringender: ‘Hoe oud is die baby eigenlijk?’

Ongeveer tien weken toen het mis ging, hoort ze van haar mama wanneer die weer thuis is. Ik zie aan haar gezicht dat het getal tien niet erg geruststelt als je zelf vier bent. Met een glimlach die niet echt wil doorbreken kijkt ze in de verte. En laat het glibberige paadje van snappen hoe dit zit, dan toch maar even voor wat het is.

‘Zullen we moeder en baby?’, roept ze naar haar zus.
‘Goed!’, antwoordt die.
‘Ik was moeder’, stelt Sophie op voorhand haar positie zeker.