Broer

In de speeltuin doet kleindochter Sophie (4) haar uiterste best om de stoere verrichtingen van haar grote broer Liam (8) bij te benen. Met nogal wat leed als gevolg.

Wanneer ze samen op de wip zitten en hij een stevige landing op de ingegraven autoband maakt, stuitert zij aan haar kant als een pingpongballetje de lucht in en gilt de speeltuin rond voor opa om hulp. Ook wanneer ergens in de glimmende buis van de hoge glijbaan hun benen blijkbaar zo verstrengeld zijn geraakt dat hun afdaling piepend tot stilstand komt, schreeuwt ze haar paniek bij al die stoerigheid die haar broer zo soepeltjes af gaat luidkeels de wereld in. Van een op hoge snelheid rondspinnende draaimolen, weet ik haar gelukkig nog net weg te tillen voordat de onvermijdelijke lancering plaatsvindt.

Maar als ze samen even later op volle snelheid terugrennen naar het bankje waar ik met de krentenbollen zit te wachten, gaat het echt mis. Met haar ogen op de snelle benen van Liam die voor haar uit rent, ziet ze een wat hoger liggende steen op haar pad over het hoofd, blijft met een voetje haken en ploft dan met een flinke klap languit op haar gezicht. Zonder geluid, aanvankelijk. Dan staat ze op, kijkt naar haar handen, getekend met zandsporen en schaafplekken, en gaat heel erg hard huilen.

Ik ren naar haar toe, Liam is al direct omgekeerd om haar te helpen. Op het gezicht van Sophie, mengen tranen en snot zich met rotzooi van de grond. Blaadjes, een takje, zand en aarde.
‘Er gebeuren nu wel erg veel ongelukken’, zegt Liam terwijl hij een arm om haar heen legt. ‘Misschien maar beter naar huis gaan?’
Ik knik.
‘Eerst even schoonmaken’, besluit ik.

Terwijl ik de tranen, snot en rotzooi van de grond met een nat zakdoekje zo goed mogelijk van haar gezicht veeg, ziet Liam dat er ook zand en takjes op haar tong zitten. Ik maak het doekje nog wat extra nat om het weg te vegen, maar Liam heeft een beter plan.
‘Kijk, Sophie’, zegt hij en doet met zijn drinkbeker voor hoe ze water in haar mond moet doen, beetje rondgorgelen en dan weer uitspugen. Op de grond. Hard en ver. Hij lacht erbij.

Sophie, ondanks al haar narigheid, ook. Ze laat zichzelf van het bankje glijden, pakt de waterbeker van haar grote broer over en neemt een slok.
‘Nu zo doen, Sophie’, zegt Liam terwijl hij gorgelende bewegingen maakt met zijn mond en daarna het denkbeeldige resultaat uitspuugt, ‘kijk maar hoe ik het doe.’
Ze volgt zijn aanwijzingen heel precies, doet haar mond zo’n beetje heen en weer, slikt het water vervolgens gewoon door, maar spuugt dan toch net als Liam zo hard en ver mogelijk voor zich uit.

Trots kijkt ze op naar haar grote broer. Die lacht vertederd.