Jarig

‘Jij bent een ontzettend oud mannetje.’
Ik heb een paar dagen eerder mijn zeventigste verjaardag gevierd en kleindochter Sophie (4) vat de behaalde leeftijd nog even bondig voor me samen.

Terwijl zij en haar broer Liam (8) en zus Elin (6) een boterhammetje eten, nemen we alle verjaardagen van henzelf en hun papa en mama op volgorde door. Wie eerst komt en wie dan en vooral hoe oud ze allemaal worden. Voor de volwassenen zijn het weinigzeggende grote getallen, zeker in mijn geval dat duidelijk de grens van het voorstelbare heeft overschreden. Voor henzelf zijn het verwoordingen van een reikhalzend verlangen.
‘Vijf…’, mompelt Sophie terwijl ze naar ergens ver weg staart.
Om bij het ‘negen’ van haar grote broer haar ogen wijd open te zetten om alle bewondering en verbazing in haar hoofd voldoende ontsnappingsruimte te geven.

Ik vertel ze dat ik dankzij het verjaardagscadeau dat ik heb gekregen mijn telefoon nu solide op mijn fietsstuur kan verankeren. Bij wijze van toelichting, laat ik ze het speciale hoesje zien dat voor dat doel nu om mijn telefoon zit.
‘Vastklikken, draaien… klaar!’, doe ik het idee even voor.
Ze hangen met hun buiken over hun boterhammen met pindakaas en jam om het mechanisme nauwkeurig te bestuderen.

Elin snapt de voordelen al snel.
‘Dan kun je op de fiets met ons skypen!’, roept ze.
Maar haar grote broer weet het, uiteraard, net een tikje beter.
‘Daar heeft hij niet het goede abonnement voor’, knikt hij met een wijze blik naar zijn zus. ‘En op de fiets heb je geen wifi.’
Hij lacht. Nog wat zoekend, lijkt het, naar een houding die past bij alles wat hij al snapt en weet.

‘Daarom vraag ik ook een laptop en geen telefoon’, stuurt hij dan subtiel maar zakelijk terug naar het rode draadje van ons gesprek. De dag dat ze zelf eindelijk jarig zijn.