Overleg

Ongeveer vijf minuten houden ze het vol om op de bank te blijven zitten, daarna stuiteren ze – telkens opnieuw – over het vloerkleed richting beeldscherm waar ze beiden hun ogen strak op gericht houden. Tot ze er bijna de grens van lijfelijk naar virtueel overschrijden en ik ze met zachte hand weer terug richting bank geleid, vanuit een gedachte uit de oude wereld over het heil van hun ogen.

Kleinzoon Jonas (6) is met zijn broertje, papa en mama vanuit Oslo op vakantie in Nederland en vandaag zijn we samen bij zijn nichtjes en vooral zijn grote neef Liam (8) met wie hij wil ronddolen in zijn parallelle universum. Zijn zelfgebouwde wereld in Minecraft. Waar hij gaat, draagt hij die als een tweede thuis op zijn iPad met zich mee om aan iedereen die dat wil – of niet per se – te laten zien wat hij gemaakt heeft. En met zijn beperkte Nederlandse woordenschat uit te leggen.
‘Ik heb ijzer gevinden.’
‘Aha…’
‘Eerst wist ik het niet waar het was, maar achter dat wist ik het toch.’

Liam speelt het spel ook, dus zijn we na een treinreis vol vragen – Waarom smaakt alles zo anders in Nederland? Waarom tekenen mensen op de muren? Kun je mij Nederlands lezen leren? Hoe de letters klinken? – klaar voor de grote ontmoeting. De papa’s hebben de avond ervoor de ICT met accounts en wachtwoorden naar ze dachten waterdicht voorbereid. De twee neven hebben elkaar in de bakfiets van school naar huis uitgelegd waarom je in Nederland – anders dan bij Jonas – op woensdagmiddag zomaar tijd hebt om samen Minecraft te spelen. Ze hebben een boterham gegeten, ‘ja moet echt even, jongens’. Ze zitten er helemaal klaar voor.

‘Gedeeld scherm niet beschikbaar’, verschijnt er dan bovenin het startbeeld van het spel, geflankeerd door een gele gevarendriehoek en de vermaning ‘klik hier voor informatie’. Maar zelfs dat klikken lukt niet en opa’s inbreng bij virtuele spellen is beperkt tot ‘joh, wat knap’ en ‘hoe doe je dat in hemelsnaam’. Op elkaar aangewezen dus.

Ik laat ze maar een beetje en hoor Jonas, rondzoekend in zijn kleine mandje Nederlandse woorden, uitleggen hoe graag hij Liam zijn wereld wil laten zien. Terwijl die liever iets kiest dat ze samen kunnen spelen.
‘Maar ik hou zó van Minecraft…’, hoor ik Jonas op een gegeven moment wanhopig uitroepen.

Evengoed blijven ze rustig samen op de bank zitten en hoor ik even later voorzichtig ‘ik heb een idee’, ‘hoeveel minuten dan?’ en ‘dat moet ik weten anders kan ik geen afspraak maken…’ tot uiteindelijk ‘dan kijk ik eerst bij jou naar je Minecraft en dan doen we daarna samen mijn spel’ en ‘oké, ik ga dat beloven’.

Dus klimmen ze even later als piraat en avonturier – wat is dat eigenlijk, opa? – samen over rotsen en waden ze door rivieren, met als grote speltruc dat ze elkaar telkens nodig hebben om verder te komen.
‘Oh, help mij help mij. Ik hang hierboven!’
‘Ik kom. Hou mijn hand vast!’

Al snel rondspringend, roepend en gierend van de lach over het vloerkleed.

‘Dit kunnen we ook online doen als je weer thuis bent’, hoor ik Liam bij het afscheid tegen Jonas zeggen.
‘Maar…’, zoekt Jonas naar het Nederlands voor zijn uitleg, ‘ik heb dit spel niet…’
‘Oh, misschien kun je het van iemand krijgen..’, zegt Liam.

Ze knikken allebei. Alles onder controle samen.