Tijd

Hij kan vliegen, heelt alle wonden, je kunt hem verdrijven en blijkbaar zelfs doden. Mijn vader zei het al in de laatste periode van zijn leven: de tijd is een raar ding. Geen idee wat hij er precies mee bedoelde, maar ik gok het wegknippen van tijd. Opeens ben je een oude man terwijl je dacht nog alle tijd van de wereld te hebben, om het leven anders in te richten wellicht. Kwijtgespeeld. Zoiets.

Maar met het ouder worden, gebeurt ook het tegenovergestelde. De tijd rekt uit.

In een verloren hoekje van onze boekenkast staat al heel lang een bakje met daarin als relikwie van diverse logeerpartijen enkele half afgemaakte onderdelen van wat ooit een trotse meccanotrein had moeten worden. Van die brokstukken constructie vol boutjes en moertjes verborgen onder tientallen venijnig kleine hoekstukjes en de gebogen randen van blauwe en grijze dekplaten. Ik besluit op een kwiek moment het meccanosteeksleuteltje te pakken, al die boutjes en moertjes één voor één los te draaien en alle onderdelen netjes gesorteerd in de verzameldoos terug te doen. Maar onderweg naar de spullen die ik nodig heb voor de uitvoering, is die beslissing eerst helemaal zoek en als ik hem met zweet op mijn bovenlip toch weer tevoorschijn weet te toveren, voelt hij als eeuwen geleden ooit eens een keertje genomen. Dus net zo makkelijk je schouders er maar over ophalen.

Kinderen hebben dit ook met afspraken en beloftes, geloof ik. Van ouderen met een haperend kortetermijngeheugen weet ik het zeker. Lastig, maar soms ook prettig rustgevend.

En nu ik over nadenk, gebeurt met afstanden bij het ouder worden ook zoiets maar dan andersom: ze krimpen. Ooit afgevraagd waarom mensen op leeftijd zo schrikachtig reageren? Omdat elk mens, ding of dier eerst een vage vlek ergens in de verte is en dan opeens – wáááh! – voor hun neus staat.

Tijd rekt uit, afstand krimpt. Wat zijn die andere dimensies eigenlijk?