Kerst

Kleindochter Sophie (4) zit op de breed uitgebouwde vensterbank in de erker die uitkijkt op de voortuin. Buiten strijkt een vlinderstruik met plotseling berijpte bladeren langs het raam. Op een restje regenwater in een achtergelaten emmer ligt, als een kabouterthialf, een ronde plak ijs.

Op het erkerraam heb ik voor Sophie met stukje plakband een sjabloon opgehangen dat haar bonusoma net voor ik vanmorgen de deur uit ging als cadeautje in mijn tas duwde. Uitgesneden lijnen van een huis in een tuin, teruggebracht tot de essentie van deur, raam, dak en schoorsteen met ronde rookwolkjes. In de lucht boven het dak dwarrelen sneeuwkristallen.

Met de bijgeleverde viltstiften tekent Sophie de lijnen van het beeldverhaal na op het ruit van de erker. Boven haar hoofd een door de natuur artistiek verwrongen tak die normaal dienst doet als armatuur voor drie hanglampjes, nu uitgebreid als frame voor twee rond en rond gedrapeerde kerstslingers.

Ze zit voorovergebogen op haar knietjes, kontje naar de kamer. Neus dicht op het glas.

Tijdens het tekenen, zingt ze zachtjes. Af en toe stopt ze even om met het puntje van haar tong tussen haar lippen geklemd een lastig lijntje te zetten. En dan weer verder, telkens dezelfde regel. De melodie is een kunstig plakwerkje van de eerste regel van Alfred Jodocus en het slot van I wish you…

Voor zichzelf en wie het maar wil horen.

‘Ik ben zo’n vrolijk kerstfeest… maar gelukkig nieuwjáááár…’