Huiskamer

Kleinzoon Liam (8) hangt op de bank. Controller losjes in zijn handen. Zijn ogen strak op het scherm van de televisie waar een vrachtwagencombinatie zichzelf, blauwe dieselwolken uitbrakend, in een uitgestrekt bos door een modderpad worstelt. Uit de grond gerukte jonge dennenboompjes vliegen als collateral damage door de lucht.
‘Opa!’, roept Liam. ‘Wat is diff?’
Differentieel denk ik. Het kan aan en uit, blijkbaar, en zou kunnen helpen nu zijn truck met oplegger zichzelf met spinnende wielen steeds dieper de drassige bodem in graaft.
‘Euh… dat moet ik even opzoeken’, laat ik hem weten.

Ondertussen moet ik ook dringend naar kleindochter Sophie (4) kijken, die blij uit school is gekomen omdat de klas eerst mocht buitenspelen en daarna nog gymmen.
‘We deden de koprol én de pannenkoekenrol’, legt ze me uit terwijl ik google naar differentieel op een vrachtwagen.
‘Pannenkoekenrol?’, vraag ik.
‘Ik zal het je laten zien!’, zegt ze.

Ze loopt naar een vrije plek in de huiskamer en gaat daar languit op de grond liggen, armen gestrekt boven haar hoofd.
‘Kijk je?’, vraagt ze.
‘Ja, nu wel’, zeg ik en laat de plaatjes van tandwielen die bij een bocht de binnenste wielen iets trager laten rondwentelen even voor wat ze zijn.
Sophie kijkt me vanaf de grond aan om te controleren of ik het allemaal wel precies volg en gooit zichzelf dan met een snelle beweging rond en rond om haar as.
‘Als een pannenkoek!’, roept ze in mijn richting.
‘Meid!’, roep ik terug.

Terwijl ik door de uitleg scrol om Liams vraag te beantwoorden of zo’n differentieel op een modderpad nu juist aan of uit moet, komt Sophie met haar shirtje omhoog getrokken weer naar me toe.
‘Wil je m’n rok goed doen?’, vraagt ze.
Ik hijs hem een beetje op, maar dat is niet wat ze bedoelt.
‘Hij zit verkeerd om’, zegt ze.
‘Ah’, zeg ik, ‘moeten de touwtjes aan de voorkant?’
Ze knikt.
‘Dat is na de gym gebeurd…’
Ik draai de rok rond over haar buik, nog altijd een beetje babybol, zodat de touwtjes om hem strak te trekken weer vooraan zitten, waar ze horen. Ze kijkt even of ik het goed gedaan heb en doet dan haar shirtje weer naar beneden.
‘Dank je’, zegt ze. ‘Anders moet ik de hele dag achteruit lopen.’
En huppelt de kamer weer in.

‘Opa?’, klinkt het ondertussen vanaf de bank. ‘Weet je het al van dat diff?’