Perfect

Zolang ik me herinner, zoek ik naar dat ene perfecte exemplaar dat elk andere overbodig maakt. Van alles, maar vooral bij kleding om de vanzelfsprekende cirkel van vergankelijkheid in elk geval in mijn beleving te doorbreken. Want de perfecte broek slijt nauwelijks en als het toch gebeurt, komt exact dezelfde ervoor in de plaats. Om maar een voorbeeld te noemen. Een gedachte die toen ik jonger was zelfs opging voor dé plaat (Let It Be), dat ene boek (De Avonden) en de ultieme maaltijd (gebakken aardappeltjes met bruine bonen en spek).

Maar wat zich op het eerste gezicht voordoet als een zoektocht naar soberheid, bleek in de praktijk al snel een nooit opdrogende bron van weggezeilde langspeelplaten, overbodig geworden boeken en kledingstukken die ooit hoog scoorden op de perfectieschaal maar die pretentie toch net niet waar wisten te maken. Mijn grote broer ving al deze uit de boom gevallen en prima te consumeren appeltjes zonder commentaar op en rekende forse bedragen wanneer ik me na enige tijd toch bedacht en De sprookjes van Grimm geïllustreerd door Anton Pieck natuurlijk nooit weg had moeten geven. Dokken was het enige dat erop zat en zijn naam waarmee hij zich het uit de gratie gevallen boek direct had toegeëigend met balpenkrassen zoveel als dat mogelijk was onleesbaar maken.

Ik ben ouder geworden maar in dit opzicht nauwelijks wijzer. Sterker: waar vroeger mijn zoektocht naar perfectie werd aangewakkerd door een onmiskenbaar verlangen naar overzicht, eenvoud en waardering voor kwaliteit is daar nu een rouwrandje aan toegevoegd. Het idee dat een willekeurige aanschaf wel eens de laatste keer kan zijn. Toen ik een jaar of vijf geleden uit de erfenis van mijn moeder een erg mooie fiets had gekocht, merkte iemand over de exorbitante prijs die ik had betaald vergoelijkend op dat het, ach weet je, tenslotte wel mijn laatste zou zijn. Met het juiste onderhoud, voegde hij er nog net op tijd aan toe. Inmiddels is die verzachtende omstandigheid nog nauwelijks aan de orde en vraag ik me zelfs bij mijn research naar een nieuwe, en dus perfecte, winterjas af van hoeveel vervangingen er nog sprake zal zijn.

Daar kun je weemoedig van worden.

Ik zie het als een onverwacht doorsteekje naar mijn eigenlijke gedachte. De onmogelijke zoektocht naar eeuwigdurende perfectie ingeruild tegen het redelijke verlangen mijn tijd te duren.

Een tevredenheid die kleindochter Sophie (4) overigens niet blijkt te delen.
‘Als je mij op komt halen’, zei ze laatst terwijl ze van onder tot boven naar me wees, ’heb je altijd dit aan.’
‘Klopt’, zei ik.
‘Heb je geen andere kleren?’
‘Die heb ik, maar die zien er precies hetzelfde uit.’

Ze keek nog eens naar mijn broek, met het logo van een opgekruld poolvosje en de vele handige zakken waar mijn sleutelbos, telefoon en – in een geheim binnenzakje van exact de juiste afmetingen – pasjesmapje al jaren hun vaste plek hebben.
‘Wil je ook een keertje iets anders kopen?’, vroeg ze tenslotte.

Daar moet ik eens heel rustig over nadenken.