Blokje

Kleindochter Elin (6) legt me uit hoe het werkt in groep 3.
‘Je hebt een blokje…’
‘Oké.’
‘Rood betekent dat je alleen wilt werken, groen dat iedereen je mag storen en oranje dat ze alleen mogen storen als het moet.’
‘Mooi systeem’, zeg ik.
Maar zij gaat verder met wat ze eigenlijk wil vertellen.
‘En een vraagteken…’, zegt ze, ‘dat betekent dat je de juf iets wilt vragen.’
Ik knik.
‘Dat had ik, maar ze kwam niet…’
‘Ach… Wat wilde je dan vragen?’
‘Of ze jou wilde bellen.’
‘Maar waarom dan?’
‘Omdat ik buikpijn had.’
‘Hè, wat naar.’
‘En hoofdpijn.’
‘Meid…’
‘En de hik. Ik wilde dat ze zou bellen of je me op wilde halen. Dat doen mijn ouders ook altijd als ik me niet zo lekker voel.’
‘Dus je hebt al die tijd gewacht tot de juf je vraagteken zag?’
‘Ja…’
‘Mag je dan niet naar de juf toe als je in nood bent?’
Ze knikt.
‘Maar dat is alleen als je een wond hebt. Met bloed. Dat had ik niet.’
‘Ah… En hoe is het nu met je? Heb je nog buikpijn?’
‘Nee.’
‘En hoofdpijn?’
‘Nee. Alleen de hik.’

Ze hikt.
En gaat dan weer terug naar haar baby, die ze opeens vannacht gekregen heeft.