Moe (2)

De straat voor de school is al bijna uitgestorven wanneer kleinzoon Liam (8) als een van de laatsten naar buiten komt. Het is best fris. Evengoed heeft hij zijn jas alleen met de capuchon over zijn hoofd getrokken, de rest hangt als een heldencape-buiten-dienst langs zijn rug. Zijn schooltas zwiert losjes aan een uitgestrekte arm. Met elke stap bonkt hij tegen zijn knie. Bij de bakfiets gearriveerd, waar zijn zus en ik op hem staan te wachten, zeilt hij met een brede zwaai jas en tas de bak in.

‘Niet te koud zonder jas?’ vraag ik.
Hij schudt van nee.

‘Wil je me duwen?’, vraagt hij wanneer we onderweg zijn. Hij op zijn eigen fiets, ik met de bakfiets.
‘Bedoel je straks, bij het tunneltje?’, vraag ik. De plek waar hij wel vaker wat hulp wil.
‘Nee, nu…’

Dus blijven we naast elkaar en geef ik hem af en toe een zetje in de rug.
‘Moe?’, vraag ik.
Hij knikt.
‘Ik heb vandaag de digitale klok geleerd’, legt hij me uit. Hij kijkt in de verte, alsof die berg cijfertjes daar opnieuw opdoemt.
‘Het zit nog niet helemaal goed in mijn hoofd…’, zegt hij dan.
We rijden samen verder. Mijn hand meer voor de vorm op zijn rug.
‘Daar word ik moe van…’, legt hij me uit.

En dan, alsof met die conclusie de ban is verbroken, spurt hij er vandoor. Bij de eerstvolgende zijweg rijdt hij al een flink stuk voor me uit. Van rechts komen twee fietsers. Hij remt, exact op het goede moment. Met piepende achterband, dat wel.

En een blik achterom, om te zien waar ik nou blijf.