Moe

Sinds ook kleindochter Sophie (4) overdag naar school is, begint mijn opadag met het oppikken van de bakfiets om de drie na hun woensdagochtend van school te halen. Maar dit keer tref ik niet mijn dochter, die op de woensdagen thuis werkt, maar doet Sophie de deur voor me open.
‘Opaaa!’

Ze rent voor me uit de huiskamer in, ploft op de bank en kijkt me aan met haar ogen wijd open van verrassing. Zij dat ik er ben, maar andersom geldt evengoed.
‘Ben je niet naar school?’, vraag ik.
Meteen haalt ze haar schoudertjes op, met een gebaar van je kunt ook niks aan ze overlaten.
‘Mijn ouders hebben me gisteren niet naar bed gebracht’, zegt ze.
‘Okeee…?’, probeer ik het verhaal te vatten. ‘Als in helemaal niet?’
‘Nee’, antwoordt ze, opnieuw verbaasd over wat haar is overkomen.
‘Maar waar was je dan de hele nacht?’
Ze kijkt rond, zelf ook even zoekend naar hoe het zit.
‘Hier’, zegt ze dan en wijst op de bank.
‘Joh… En heb je dan wel een beetje kunnen slapen?’
Twee handjes in de lucht.
‘Nee’, zegt ze.
‘Jeetje meid. Dan ben je nu zeker wel moe?’
Ze knikt.

‘Ze is erg moe’, vult mijn dochter vanachter de laptop aan de eettafel aan. ‘Vandaar…’

‘Ik heb ook pijn door het klittenband van mijn schoen’, pakt Sophie ons gesprekje direct weer over.
‘Aan deze kleine vinger’, legt ze uit terwijl ze haar hand in een bochtje onder mijn neus houdt. ‘Dat is mijn pink.’
Ik zoek naar wat ze bedoelt, maar kan zo snel niets vinden.
‘Misschien was het de andere’, denkt ze dan.
‘Kusje erop?’, bied ik aan.
‘Nee hoeft niet’, zegt ze.

Met twee scheef gedraaide handjes zoekt ze verder, peinzend waar de narigheid nou toch vandaan kan komen.