Oplossing

Met kijken is de keuze simpel. Ik kan als een graanpikkende kip met knikkend hoofd op zoek naar het scherptelijntje in mijn multifocale bril. Of ik kan het ding aan zijn koordje om mijn nek laten bungelen, waarmee alles dezelfde scherpte krijgt maar de wat sneller bewegende medemens het beeld uit tuimelt. En zo is er meer. ’s Nachts in bed trekt iemand scherpgeslepen eindjes ijzergaren door mijn linker scheenbeen. Telkens opnieuw. Mijn nek kent zo te voelen nog maar drie klikstanden. De rest van de draaicirkel voelt als na een nachtje slapen in een tochtige zolderkamer. Eten en drinken doe ik aan stenen tafelen vol geboden, op straffe van een biochemisch pandemonium van jeukbulten, ademnood en buikkrampen. Horecabezoek prijkt nog op mijn agenda maar dan als pleisterplaats voor zich in hoge nood aandienende plaspauzes. Wat ik bedenk moet direct ten uitvoer, of verdwijnt voor eeuwig in de put van verpulverde herinneringen.

Het einde komt niet als een mokerslag, maar als een schoorvoetende terugtocht. Naar de tijd dat het leven een grillig paadje stapstenen is in een poel van ongemakken. Wist ik als baby niet maar nu wel. Bedenk ik allemaal.

Ondertussen luister ik naar kleinzoon Liam (8) die, logerend bij opa en oma, zijn oom op bezoek heeft en advies geeft. De kwestie is een buurtkat die als package deal meekwam met de woning die zijn oom onlangs heeft betrokken. Gezellig, aanvankelijk, maar allengs minder vertederend nu het beest zijn nagels blijkt te scherpen aan het nieuwe vloerkleed dat de woningwissel moet bekronen. Liam, groot gegroeid in een huis met vier katten, weet raad.
‘Oplossing één’, legt hij aan zijn oom uit. ‘Een krabpaal.’
Hij kijkt even of zijn inzicht landt en specificeert het dan met ‘dat werkt zolang je erbij staat.’
Een bakje eten neerzetten in de buurt van het prooikleed, is zijn volgende advies. ‘En als hij klaar is meteen weer naar buiten sturen.’ Of bij de deur waardoor de kat naar binnen komt een uitgekiend elektronisch apparaatje plaatsen dat de indringer met een irritant hoge fluittoon verjaagt. De goedkope versies hoor je als mens ook, de duurdere storen alleen de kat. Weet Liam.

‘En…’, etaleert hij zijn kennis van het leven nog een stapje breder, ‘oplossing vier. De beste!’
‘Wat dan?’ vraagt zijn oom.
Liam pauzeert even. En steekt dan twee handen in wijsheid uitgespreid naar voren.
‘Accepteren…’, zegt hij.

‘Ah!’, doen we alle drie tegelijk.