Vrienden

Kleindochter Sophie (3) is ziek. We zitten samen op de bank. Naast haar een plastic kom uit de keuken.
‘Die is voor chips’, legt ze me uit. ‘Maar nu voor kots.’

Haar wangetjes gloeien, in haar ogen nog de laatste traanrestjes omdat ze papa en mama nu zo mist.
‘Heel erg zelfs.’

Voor de troost kijken we samen op de kindertablet naar de voor mij tamelijk onbegrijpelijke avonturen van een meisje in een tulen jurkje dat kreetjes slakend door het beeld rent en nu een glittertelefoon aan haar oor heeft om te overleggen over haar nagellak. De antwoorden komen van een jongetje verderop in dezelfde kamer met zo’n zelfde telefoon aan zijn oor.
‘Dat is haar vriendje’, legt Sophie me uit.
Het Youtube-meisje kiest voor roze.

‘Heb jij ook vriendjes?, vraag ik aan Sophie die tegen me aan hangend de vreemde taferelen op het scherm ruimhartig waardeert.
‘Op de babyschool?’, vraagt ze.
‘Ja.’
Ze denkt even na.
‘Thomas’, knikt ze dan.
‘Speel je daar graag mee?’, vraag ik.
‘Nee’, antwoordt ze direct. ‘Nooit. Want Thomas doet altijd gemeen tegen me.’

Ze kijkt ondertussen naar het kirrende meisje in haar kanten jurkje dat met grotedamesgebaren de adviezen van haar vriendje uitvoert.
‘Zijn er ook vriendjes die lief tegen je doen?’, vraag ik aan Sophie.
‘Op de babyschool?’, checkt ze nog even.
Ik knik.

Terwijl ze naar haar tablet blijft kijken, zie ik haar mond zachtjes bewegen. Namen, begrijp ik. De een na de ander. Allemaal zonder geluid erbij. Wanneer ze het rijtje is langsgelopen, maakt ze haar blik los van het beeldscherm en kijkt ze naar mij.
‘Eigenlijk…’, vertelt ze waar ze op uit is gekomen, ‘…is de babyschool héél spannend…’

Op haar tablet is het meisje klaar met de grote opmaak. Sophie zet het filmpje uit en legt het apparaat voor later gebruik op de bank. Zelf gaat ze ernaast liggen.
‘Dekentje over je heen?’, vraag ik.
Ze knikt.