Opvallen

Het is de laatste echte schooldag – morgen alleen nog opruimen – van het jaar en kleinzoon Liam (8) krijgt van zijn moeder een pakje mee. Cadeautje voor de juf.
‘Waarom?’, vraagt hij. Niet vanwege het geloof in enig antwoord.
‘En wat is het dan?’, wil hij ook niet echt weten.
Een boek, blijkt. Geheim agent oma, om precies te zijn. Hij zucht.
‘Dat is voor kinderen’, zegt hij.

Een kaartje moet hij er ook nog bij schrijven. Hangend in de vensterbank, krabbelt hij uiteindelijk iets met onwillige hand op het papier. Lieve juf en meester bedankt voor het schooljaar tot volgend jaar. Lees ik als hij zonder er verder naar te kijken boek en kaartje in mijn handen duwt om mee naar school te nemen.

Onderweg blijkt hij heel andere dingen in zijn hoofd te hebben: logeren als het straks vakantie is.
‘Ik ben vast aan het oefenen’, vertelt hij, voor me uit slingerend op de fiets. ‘Dat ik straks alleen in jullie logeerkamer kan en jij gewoon boven.’
Alleen naar bed en alleen gaan slapen. Thuis lukt het ook al bijna.
‘En jullie hebben maar een korte trap’, besluit hij vol goede moed.

Bij school aangekomen, maakt hij zijn fiets vast aan het hek en komt dan naar mij toe voor zijn schooltas. We zijn vroeg. De stoep voor de ingang is, op een paar andere kinderen na, nog leeg. Maar blijkbaar genoeg voor Liam om zijn conclusies te trekken.
‘Doe dat maar in mijn tas’, zegt hij tegen mij wanneer ik het ingepakte boek met zijn kaartje erbij uit de bakfiets haal.
‘Niemand heeft een cadeautje’, zegt hij, een beetje binnensmonds.
Niet opvallen, begrijp ik en schuif het pakje met zijn beknopte bedankje achterin zijn tas.

Wanneer ik hem ’s middags weer op kom halen, slingert hij van een afstandje zijn rugzak de bakfiets in. Ik zet hem weer recht en voel dat er behalve zijn broodtrommeltje nog iets in zit. Het boek, netjes ingepakt nog. Met het kaartje.
‘Je cadeautje?’, vraag ik
‘Het was de goede dag niet’, zegt hij op de toon van iemand die van begin af aan al terechte twijfels over deze onderneming had.

Hij loopt naar zijn fiets, maakt het kabelslot los en brengt dat naar mij.
‘Gaan we?’, vraagt hij.