Delen

Voor de bakfietsrit van school naar huis breng ik op mijn opadag altijd een doosje koekjes mee. Ze doen volgens de verpakking hun best om gezond te zijn en zitten bovendien precies met zes pakjes van twee stuks ingepakt. Alle drie twee pakjes dus, zodat ik de standaardvraag ‘hoeveel mogen we?’ blindelings kan beantwoorden.

Maar vandaag heeft Elin (5) wat vriendinnetjes laten meeprofiteren – ‘dit zijn opakoekjes, die zijn gezond voor je’- terwijl we op grote broer Liam (7) stonden te wachten. Met als gevolg dat we vier pakjes over hebben voor drie kleinkinderen.
‘Allemaal een pakje en het laatste verdelen’, denk ik me hier simpel uit te redden.
Ze knikken alle drie. Peinzend.

Eenmaal onderweg, hoor ik ze voor me in de bak met elkaar overleggen. Ik versta niet alles, maar het woord ‘eerlijk’ komt regelmatig terug.
‘Opaaaa’, roept Liam dan vanuit de bak naar mij.
De weg is nogal druk waar we rijden, dus stuur ik de stoep op en kom naast ze staan om te horen wat er is.
‘We weten niet hoe het moet’, legt Liam het probleem neer terwijl zijn zusjes ernstig knikken.
De twee overgebleven koekjes liggen nog onaangeroerd in het opengevouwen doosje.
‘Als jij en Elin er allebei eentje nemen en Sophie een stukje geven?’, stel ik voor.
‘Oh ja’, zegt Liam, niet helemaal overtuigd.

Ik stap weer op en hoor ze opnieuw druk bespreken. Het klinkt niet alsof ze er helemaal uitkomen en wanneer ik door het achterraampje van de bak gluur, zie ik Sophie stil staren naar twee halve koekjes in haar knuistjes.
‘Nu heeft zij bij elkaar een hele en wij allebei een halve’, hoor ik Liam aan Elin uitleggen.
Geen van drieën zie ik van de verdeelde stukjes koek eten. Eerlijk weegt blijkbaar zwaarder dan trek.
‘Een iets kleiner stukje afbreken?’, roep ik nog als suggestie tijdens het rijden de bak binnen.
Zonder reactie.

Ik hoor Liam en Elin weer met elkaar praten. Sophie zit er als een bevroren beeld uit een filmopname bij, haar ogen strak op de twee halve koekjes. Wachtend op de wijsheid van haar grote broer en zus. En die komt.
‘We geven opa een halve’, hoor ik Elin op een kordate beslistoon zeggen. ‘Dan klopt het weer.’
Liam mompelt iets en buigt zich dan als woordvoerder met zijn hoofd uit de bak.
‘Opaaaa!’