Disco

‘Dansen!’, roept Elin, met twee armen in de lucht.
Grote broer Liam (7) is naar zijn aikidoles en kleindochters Sophie (3) en Elin (5) overleggen na een wat uit de hand gelopen juffenspel met een klas vol babypoppen – ‘de trap is zogenáámd de glijbaan, opa’- wat ze nu eens zullen gaan doen.
Direct na Elins aankondiging, stormen ze samen naar de geluidsapparatuur. Aan en uit en vooral volume weten ze feilloos te vinden en voor de muziek komen ze op bij voorbaat dribbelende dansbeentjes om mij heen staan.
‘Wat zal ik opzetten?’
‘Kinderen voor kinderen!’
Ik herinner me dat nog als maatschappelijk verantwoorde teksten uit zilveren keeltjes, maar die tijden zijn geweest. Disco is het nu. ‘Wij doen de pasapas!’, klinkt het even later via spotify op mijn telefoon uit het professionele soundsysteem dat in de kamer staat opgesteld. Stevige discobeat eronder.

Elin en Sophie springen ondertussen op het kleed in de huiskamer met rondzwierende armen op en neer.
‘Break break break!’, knalt het uit de speakers. ‘Dat is pas voor pas!’
Het glitterrokje dat Elin toevallig vandaag aanheeft, draait met kleine glimlichtjes achter haar mooi uitgevoerde bewegingen aan. Sophie kijkt er met grote ogen naar en probeert met twee beentjes tegelijk de sierlijke danspassen van haar zus na te doen. Tot ze steeds sneller begint te draaien en opeens als een afgeschoten projectiel richting wc suist.
‘Ik moet plassen!’, roept ze naar mij.
Ik snap de nood en zet de deuren tussen de dansvloer en bevrijdende pot vast voor haar open, als het refrein van de discodreun opnieuw inzet en ze zich met het einddoel in zicht om haar as draait en terug de kamer in stormt.
‘Oh nee, ik hoef toch niet!’, gilt ze.

Dat lijkt me stug, dus draai ik haar aan haar schoudertjes opnieuw richting wc.
‘Even snel’, zeg ik.
Onnodige aansporing, want haar legging en onderbroek hangen al op haar knieën.
‘Kinderbril?’, vraag ik.
‘Nee, hoeft niet’, hijgt ze terwijl ze op de grotemensenversie kruipt. ‘Ik val er niet in.’

Dat klopt. Geroutineerd zet ze haar handjes voor steun achter zich op de bril, haar voetjes bengelen ruimschoots boven de vloer. En in de pot klinkt een straal die echt geen seconde uitstel had kunnen verdragen.
‘Mooi!’, zeg ik.

Maar zij is alweer van de bril afgegleden en rent de huiskamer in. Haar legging hangt op haar enkels. Haar onderbroek probeert ze tijdens de run terug naar de dansvloer met twee handen tegelijk over haar billen te trekken.

Dat lukt maar half.