Pijn

‘Eindelijk geen sneeuw!’, roept kleindochter Sophie (3) verheugd terwijl ze met wanhopig korte armpjes haar loopfietsje bij zijn houten stuur over de hoge voordeurdrempel tilt en naar buiten duwt.
‘Niet helpen! Zelf doen!’

Eenmaal buiten met haar als een snelle crossmotor gestroomlijnde voertuig, slingert ze zichzelf geroutineerd op de buddy seat, grijpt de gecapuchoneerde handvatten beet, zet zich met twee benen tegelijk af en scheurt over de stoep richting het speeltuintje aan het eind van de straat. Af en toe een flinke aanzet, maar vooral freewheelend door de wereld, met twee beentjes hoog in de lucht. Ik houd haar absoluut niet bij en hoop maar dat onze afspraak van wachten bij de stoeprand zich net op tijd tussen haar focus op snelheid en sturen weet te wurmen.

Dat lukt. Bij de oversteekplek naar ons reisdoel, staat ze met haar voorwiel strak op het afgesproken randje geparkeerd, koppie al vast naar links gedraaid om samen met mij te kijken of het veilig is.
‘Ja, het kan!’, roept ze al halverwege die vreemde opa-oefening van links-rechts-links.

Zelfs op het korte stukje dat we daarna nog te gaan hebben naar het speeltuintje, is ze me alweer ver vooruit. Opzij hellend voor het betere bochtenwerk, voetje bij de grond als een ervaren terreinrijder. Maar dan… Te scherp ingestuurd of het groene kunstgras waar ze op is gedraaid iets te glad. Met een sliding onderuit. Zij landt met haar handen en knieën op de grond, haar stoere motorfiets ligt met nog nadraaiend achterwiel even verderop op zijn kant.

Wanneer ik bij haar ben om te helpen, komt ze alweer overeind en klopt wat zand van haar handjes, rood van de val op de stugge ondergrond.
‘Pijn?’, vraag ik.
‘Nee’, zegt ze meteen, terwijl ze naar haar fiets loopt. ‘Vrouwen hebben geen pijn. Alleen kinderen.’
‘Oh?’, vraag ik. ‘Ben jij dat dan niet?’
‘Nee’, zegt ze, terwijl ze haar fiets overeind zet. ‘Straks weer!’

Ze gooit haar rechterbeentje over de buddy, kijkt me even aan of de boodschap helder is en zet zich dan af met twee benen tegelijk én haar hele bovenlijf er achteraan.
‘Daar ga ik!’, roept ze achterom.