Delen

‘Ik ben even aan het huppelen, dan kan ik niet helpen opruimen’, roept kleindochter Sophie (3) naar me. Ze springt van haar ene been op het andere de huiskamer door en hijgt ‘huppel! …huppel!’ bij elke afzet. Dus duidelijk: geen tijd om samen met mij haar kookspulletjes en poppen na een uitgebreide verzorgsessie in hun bedjes en bakken te doen.

Even later zitten we samen op de bank. Ik moet van een van mijn handen een kommetje maken, Sophie houdt in haar eigen handje acht glimmende steentjes. Zo mooi als edelstenen. Een mysterieuze zwarte met bruine sliertjes, een diep donkerpaarse, een platte in glanzend blauw, een ovale lichtpaarse, twee gespikkelde bruine en nog twee wat eenvoudiger ogende witte.
‘Eentje voor jou…’, zegt ze en legt een bruine gespikkelde in de holte van mijn hand.
‘En eentje voor mij!’, terwijl ze de zwarte met de geheimzinnige sliertjes pakt.
‘En eentje voor jou…’
Ze doet het keurig om de beurt en bekijkt het resultaat. De twee witte en twee bruine in mijn hand, de diepere glanskleuren bij haar.
‘Nog een keertje!’, roept ze dan en houdt haar handje op zodat ik al het moois er weer in kan storten.
Opnieuw krijgen we allebei netjes vier steentjes. Ik de gewonere kleuren, zij de intrigerende, dat wel. Ook nu kijkt ze er een beetje peinzend naar.
‘Jij delen’, besluit ze.

Ik neem de acht gladde steentjes in mijn hand en begin ze te verdelen.
‘Eentje voor jou’, zeg ik en geef haar de zwarte waar ze duidelijk een oogje op heeft.
‘En eentje voor mij’, bij de donkerpaarse.
‘Nee!’, roept ze meteen. ‘Die is voor mij.’ En verhuist het steentje met een snelle beweging naar het kommetje van haar eigen hand.
‘Oké. Nou deze dan’, zeg ik en leg de blauwe in mijn eigen hand.
‘Nee!’, roept ze weer. ‘Die is ook voor mij!’
‘Ja hoor eens’, mompel ik. ‘Deze voor mij dan?’, vraag ik terwijl ik de lichtpaarse in de lucht hou.
Maar ook die is toch echt van haar, net als zelfs de twee bruine die in de vorige ronde nog net mijn kant op kwamen.

We zitten naast elkaar op de bank en kijken naar onze handen. Zes warme kleuren lopen bij haar bijna over de rand, de twee eenvoudige witte liggen wat verloren in de holte van mijn hand.
‘Jaaaa!’, roept Sophie dan helemaal opgetogen. ‘Knap edeeld, opa!’

Ze knijpt haar ogen er even geruststellend bij dicht. Komt helemaal goed met mij.