Thuisklas

Op de eettafel staat een opengeklapt chromebook. Op het scherm de afbeelding van een klok, de wijzers op vijf over elf. Daaronder vier aanklikbare antwoordopties: vijf voor, vijf over, vijf voor half, vijf over half. Voor het toetsenbord ligt op het tafelblad een hoofd vol warrige blonde haren, twee armen er als uitgewrongen vaatdoekjes omheen gedrapeerd.
‘Ik wil naar school…’, murmelt het hoofd op klagelijke toon.
Kleinzoon Liam (7) aan het digitale corona-onderwijs.

Ik wil een geweer, dan kan ik op corona schieten, had hij in de iets actievere fase nog als plan. Om dan te zuchten.
‘Oh nee, laat maar. Te klein…’
Ik snap zijn narigheid wel zo ongeveer en heb dat ook laten weten. Maar helpt klagen, vraag ik nu met geleidelijk afkalvend geduld.
‘Nee…’, kreunt hij met zijn hoofd nog steeds op de tafel, ‘dat helpt ook al niet…’
‘Liam…’, probeer ik, ’kijk even naar de klok… Waar staat de kleine wijzer?’
Zijn hoofd moet zwaar aanvoelen, zo traag tilt hij het van het tafelblad.
‘Elf…’, mompelt hij dan toch terwijl hij tussen zijn haren door naar zijn beeldscherm kijkt. Met de duim van zijn rechterhand duwt hij ondertussen de stift uit zijn vulpotlood. Het grafiet stuitert in onbruikbare brokjes op de tafel.
‘Elf! Heel goed! Nu de grote wijzer. Staat die vóór of óver het hele uur?’
Hier moet hij lang over nadenken.
‘Het is altijd allebei’, besluit hij dan en wijst eerst op de vijf minuten over en vervolgens op de 55 minuten nog te gaan tot het volgende uur.

Ondertussen graait zijn zus Elin (5) in een voorraadbak vol kleine plastic pinnetjes waarmee ze in een speciale grondplaat de afbeelding van één van de puppy’s van Paw Patrol in elkaar prikt. Tijdens het luidruchtig rondzoeken door de bergen gekleurd plastic, zingt ze met veel passie en lange uithalen – een tikje off tune – een lied.
‘Ooooh! Dennenboom! Ooooh… dennenboom… Wat! Zijn je tákken toch…’, en dan na een dramatisch ingelaste pauze op vol volume er achteraan… ‘wónderschoon!’

Haar kleine zus Sophie (3) gebruikt dezelfde pinnetjesvoorraad om uit haar keukenpannetjes een rij speelgoedbordjes vol zelf verzonnen eten te scheppen.
‘Hier baby’, zegt ze tegen mij. ‘Heerlijk, toch? Baby? Wel nep-eten hoor!’, knikt ze me bemoedigend toe terwijl een overvloed aan plastic pinnetjes over de rand van het bordje gulpt. Een regenbui van kleur en geluid daalt op de vloer tussen de neerhangende voeten van haar grote broer neer.

‘Ik heb een truc gevonden’, zegt die terwijl hij zowaar rechtop achter zijn beeldscherm zit, met de klok nog steeds op vijf over elf.
Razendsnel klikt hij beurtelings de vier antwoorden aan en checkt dan in één vloeiende muisbeweging of dat een groene krul van waardering oplevert.
‘Ja!’, roep ik bij vijf over elf. ’Goed!’
Hij haalt zijn schouders op.
‘Ik doe gewoon maar wat’, zegt hij.

Maar hij grijnst er nu wel bij.