Geld

‘Bij jullie ruíkt het altijd zo lekker.’
Kleinzoon Liam (7) logeert in zijn kerstvakantie bij opa en oma. Ik herinner me zelf van vroeger vaak het tegenovergestelde in andere huizen dan thuis en begrijp dat hij zich dus blijkbaar bij ons op zijn gemak voelt.

Ik merk het ook aan de sliert van vragen over de wereld die hij hier aantreft. Zoals over de poster in de tramhalte bij ons voor de deur, die belooft dat je 30 miljoen euro kan winnen als je een staatslot aanschaft. Met behulp van een stapeltje doormidden gescheurde briefjes, één helft in je hand de andere in de prijzentombola, ziet hij de kans op het grote geld.
‘Maar de meesten winnen niks’, besluit hij na enig nadenken.
‘Precies’, zeg ik.

Vervolgens loopt zijn draadje verder langs het notariskantoor bij ons beneden, het verdienmodel van banken waar die notaris de zaakjes blijkbaar voor regelt en de contouren van een inkomstenroute voor zichzelf. Iets maken. Zoals de kerstlichtjes voor ons raam. Of zoals de meneer bij wie hij laatst samen met zijn vader zijn nieuwe, opgeknapte, fiets heeft opgehaald.
‘Die krijgt ze helemaal voor niks, want dan zijn het oude rot fietsen’, legt hij me uit. ‘Hij heeft er wel honderd. Zijn hele tuin staat er mee vol. Hij maakt ze weer mooi en…’
Hij draait zijn hand naar me toe om te laten zien hoe simpel het allemaal is.
‘En dan vraag ik ietsjes minder dan de buurman’, bedenkt hij in één stap door zijn aanpak van eventuele concurrentie. ‘Dan komen ze allemaal naar mij toe.’
‘Slim’, zeg ik.
‘Eigenlijk heb ik dan twee bedrijven’, knikt hij tevreden. ‘Fietsen maken en fietsen verkopen.’

Ondertussen kijkt hij nog eens naar de poster van de lachende vis die hem vanachter het glimmende abriglas al die miljoenen voorspiegelt. Hij wijst er naar.
‘En als ik dan veel geld heb verdiend, doe ik één keer mee’, hakt hij een knoop door die hij blijkbaar nog wilde ontwarren.
‘En dan?’, vraag ik. ‘Als je wint?’
‘Koop ik een auto. De nieuwste die er is.’
‘Een Tesla of zo?’

Opeens verandert zijn blik van overleg op niveau en serieuze bedrijfsmodellen naar ach jeetje.
‘Tesla is van nú, opa…’, legt hij me geduldig uit. ‘Als ik groot ben zijn er véél nieuwere.’