Zo

We moeten er vandoor om haar broer en zus van school te halen en ik vraag Sophie (3) even op de bank te komen liggen voor een schone luier.
‘Kom zo!’, antwoordt ze meteen op het zangerige zoethoudtoontje dat ze ongetwijfeld zelf zo goed kent van horen zeggen.
‘Euhm…’, doe ik.
‘En jij mag niet praten’, beslist ze meteen en wijst met een klein maar goed gericht vingertje op mij.

Daarna scharrelt ze rap de kamer door en komt daar van alles tegen dat dringend haar aandacht vraagt. Zoals een zachtgrijs knuffelnijlpaard met een blauwe zwembroek die erg verdrietig is – ‘ach, stil maar’ – én nodig naar bed moet.
‘Kom maar hoor, lekker slapen…’, zegt ze terwijl ze een hamburger en een gehalveerde aubergine van hout uit een opbergbakje schudt en het nijlpaard daar voorzichtig in vlijt. ‘Slaap kindje slaap’, zingt ze ondertussen met een lief stemmetje.

‘Sophie?’, roep ik, nu toch wel met wat meer haast want ik wil de andere twee niet zoekend tussen al die ouders op corona-afstand bij de school zien staan.
‘Niet práten!’, reageert ze meteen. Nog eens stevig herhaald als ik in plaats daarvan in gebarentaal met een schone luier zwaai en op de bank wijs.
‘Ik kóm zó…’, roept ze met strenge ogen vanuit onbereikbare verten, ‘ik moet nu eten koken…’

In haar speelgoedkeukentje scharrelt ze met een koekenpannetje en bordjes. Het werk dat kennelijk geen moment uitstel verdraagt, begeleidt ze met bedrijvig geneurie.
‘Baby moet echt even eten!’, roept ze tussen het bakken en roeren door naar mij. Ze haalt er even een schoudertje bij op als iemand die het ook niet kan helpen en geen tijd heeft voor verdere uitleg.

Inmiddels wil ik hup, verschonen en op pad. Praten is verboden, gebaren zijn blijkbaar net als woorden, dus loop ik naar haar toe voor de kop-en-kont-aanpak.
‘Ik kom er toch ahaaaan…’, zucht ze als ze me naar zich toe ziet komen.

Dan schat ze met een snelle blik haar afstanden in, laat het speelgoedpannetje uit haar handen vallen, glipt op dribbelende voetjes vlak langs me heen, werpt zich ruggelings op de bank en steekt in één doorlopend gebaar haar beentjes hoog in de lucht. En ligt daar met een lach op haar gezicht te wachten tot ik eindelijk eens langskom met die luier.