Droom

‘Alleen maar proberen, hoor!’
Kleinzoon Liam (7) wil het maar duidelijk hebben. Hij gaat een middagje kijken bij een aikido-les, maar wil absoluut geen verwachtingsvolle volwassenen aan zijn hoofd die hem meteen enthousiast willen hebben en lid maken van de club. Dus zoals hij gewend is wanneer hij moet opstappen, blijft hij ook bij het afreizen naar zijn proefles aan het beeldscherm met Super Mario gekluisterd – jas en schoenen aan – tot zijn moeder van buiten roept dat hij écht nú moet komen.
‘Jahaaa…’

Terwijl hij op zijn cursus is, ontvang ik en de thuisgebleven zussen al een filmpje waarop hij geconcentreerd naar een mevrouw in een wit vechtpak kijkt en voorzichtig haar stappen nadoet. Niet veel later stormt hij de huiskamer weer binnen. Geen tijd om zijn jas uit te trekken.
‘Ik wil een filmpje laten zien!’, roept hij met brillenglazen die beslaan na de vochtige lucht buiten.

In een flits regelt hij met de telefoon van zijn moeder op het grote scherm in de huiskamer de vertoning van zijn gloriemomenten. Zijn zussen en een vriendje uit de straat, spelen ondertussen juf en ongehoorzame kindertjes en laten de Japanse krijgsverrichtingen van de grote broer met een halve blik op het scherm zonder commentaar passeren.
‘Ik zal het buiten voordoen!’, roept Liam in een poging zijn verhaal alsnog over het voetlicht te krijgen.

Hij rent de deur weer uit en aangestoken door zijn gevoel voor urgentie, stampen de anderen in zo te zien willekeurig uitgekozen laarzen om hem te volgen.
‘Afstand houden!’, gebaart hij met wijd uitgestrekte armen. ‘Iedereen in de tuin blijven!’
Zijn zussen en hun vriendje zijn alweer met heel andere dingen bezig en rennen langs zijn vermanende armen de straat in. Liam blijft alleen achter op de stoep. In zijn hand een uit de tuin meegepakte bamboe stok.
‘Het moet eigenlijk dikker’, legt hij uit als ik kom kijken naar wat hij zo graag wil demonstreren.
Dan doet hij plotseling een stap naar voren. Op hetzelfde moment duwt hij de stok door het holletje van zijn hand met een snelle uitvalbeweging voor zich uit. En weer terug, met net zo’n stap en zo’n flits van zijn hand: vastbesloten en ingehouden tegelijk. Zo kijkt hij er ook bij.

Dan pakt hij de stok, ooit bedoeld om een zonnebloem overeind te houden, en neemt hem tussen de uitgestrekte vingers van zijn rechterhand. Voorzichtig laat hij het dunne bamboe het begin van een rondje maken, alleen maar met zijn vingers. Als een samoerai met zijn krijgersstok. Eventjes, dan valt het ding kletterend aan zijn voeten. Maar hij ziet genoeg.
‘Volgende week ga ik weer’, zegt hij.