School (2)

Na het oefenen komt de praktijk. Kleindochter Sophie (3) heeft haar eerste volledige dag op de kinderopvang. ’s Morgens om kwart over acht door papa afgeleverd. Rond half vijf staat hij weer voor de deur om haar op te halen. Mocht het tussentijds niet lukken, dan belt de opvang opa. Ik eet net mijn middagboterham als dat inderdaad gebeurt. Ze redt het niet meer.

Toch nog even onderweg, sta ik een kleine drie kwartier later op de speelplaats. Aan de andere kant van het glas de juf en een klein meisje in tranen. Opgetrokken schoudertjes, neergeslagen blik. Als ze me ziet, rent ze naar buiten om in mijn armen verder te huilen.
‘Gaan we lekker naar huis?’, vraag ik.
Ze knikt tussen de tranen door.

Even later lopen we door het park op weg naar de bus die ons thuis gaat brengen. Meestal gaan we hier even naar de speeltuin. Vandaag wil ze alleen maar zo snel mogelijk naar huis toe.
‘Papa en mama zijn de hele dag aan het werk’, vertelt ze. ‘Pap en mam’, verduidelijkt ze. Met veel nadruk op de beide A’s. ‘Pap en mam vind ik lief!’
‘Hoe was het op school?’, vraag ik.
‘Leuk’, zegt ze, best tevreden eigenlijk. ‘En ook een beetje spannend.’
Ik knik.
‘Spannend wil ik niet’, concludeert ze.

De bus vindt ze anders altijd een feest, nu rijdt de chauffeur te hard – ‘mag toch niet, hè?’- en is de routemonitor in het middenpad veranderd in een eng monster. De eigen straat herkent ze direct aan de stoeptegels, maar ook daar is het niet pluis vandaag. Op die tegels liggen een soort kromgetrokken bonenschillen, neergedaald uit de bomen. Anders wellicht een leuk herfstverhaal, nu blijken het enge wormen kronkelend van verlangen om haar op te eten. Snel naar binnen dus en de deur stevig achter ons dicht.

Daar omhelst ze haar konijnenknuffel als de verloren zoon en eten we samen een boterham. Bij de opvang had ze niets aangeraakt, meldde de juf. Hier, aan haar eigen tafel en in haar eigen stoel, verdwijnen in een ommezien twee boterhammen en een flinke beker melk.
‘Aaaaah…’, zucht ze voldaan na een paar grote slokken.
Tevreden schuift ze haar stoel naar achteren.
‘Ik vind weggaan van de school fijn’, zet ze het voor zichzelf op een goed rijtje.