School

Kleindochter Sophie (3) gaat binnenkort voor het eerst een volle dag naar de kinderopvang, ‘school’ wat haar betreft, en ze wil duidelijk oefenen. Met mij.
‘Jij bent kind’, zegt ze en zet me in de keuken op een krukje.
‘Ik kom je straks wel ophalen. Lekker spelen. Dag!’
Ze roept het allemaal nogal achteloos over haar schouder en laat mij in een lege keuken op mijn krukje achter terwijl ze zelf in de huiskamer verder gaat kijken naar een filmpje van Nijntje dat nog op stond.

Dit is het wel zo’n beetje, denk ik na een minuut of wat op mijn houten kruk. Dus sta ik maar eens voorzichtig op. Meteen komt ze aangerend, zwaaiend met haar wijsvinger.
‘Jij! mag! niet! uit! de! school!’, roept ze al van een afstandje met luide stem en boze ogen.
‘Ik kom je zo halen!’, legt ze nog maar eens uit als ze bij me is. Peinzend kijkt ze rond, en sleurt dan met twee handen een karton met bierflesjes uit een hoekje van de keuken tevoorschijn. Hijgend sleept ze het naar de deuropening en parkeert haar blokkade daar voor de drempel.
‘Zo!’, zegt ze. ‘En nu op je krukje zitten!’
Uit de speelgoedkisten die daar vlakbij staan, doet ze een willekeurige greep en smijt dan een hamburger van hout en drie bewoners van haar poppenhuis in mijn richting de keuken in.
‘Lekker spelen! Oké, kind?’, roept ze er achteraan en loopt terug naar haar filmpje.

Maar onderweg bedenkt ze zich toch, loopt weer naar de keuken, komt naast me staan en wrijft me troostend over mijn rug.
‘Ik ben de juf’, zegt ze met een zacht stemmetje. ‘Zal ik je helpen?’
‘Oké’, zeg ik.
‘Hier is je tablet’, zegt ze en duwt me een volgekrast stuk tekenpapier in mijn handen. ‘Duw maar op die knop.’
Volgens mij doe ik het precies goed, maar zij schudt haar hoofd.
‘Niet op alle knoppen drukken!’, zegt ze met een stem vol nauwelijks bedwongen ongeduld. ‘Dan gaat het fout.’
Ze zucht en pakt het tekenvel weer uit mijn handen.
‘Dit red je nog niet, kind.’

Ze loopt weer naar de kamer. Ik voel me inmiddels een stuk minder groot en zie met enige opluchting dat ze zich omdraait en met het liefste lachje dat ze in huis heeft weer naar mij toekomt.
‘Ik kom je ophalen!’, zegt ze stralend. ‘Heb je leuk met de kindjes gespeeld?’
Ze zingt het bijna, zo vriendelijk. Ze pakt mijn hand en neemt me mee naar haar gezellige huiskamer vol speelgoed en met Nijntje op de TV die een grappig hondje te logeren heeft.
‘Ga maar lekker op de bank zitten’, zegt ze.

Ze zet me voorzichtig neer in de grote kussens. Zelf klimt ze ook op de bank en komt naast me zitten. Zachtjes aait ze over mijn haren terwijl ze onderzoekend in mijn ogen kijkt.
‘Ooooh…’, zegt ze vol medegevoel, ‘lieve kindje toch…’