Buiten

Na drie weken thuisquarantaine vanwege corona, zien we elkaar eindelijk weer zonder beeldscherm ertussen en kleinzoon Liam (7) wil maar één ding.
‘Wat we altijd doen als jij er bent.’
‘Wat dan?’
‘Naar het park.’

Meteen beginnen zijn zussen Elin (5) en Sophie (3) ijverig schoenen en jassen aan te dragen en in bergjes op het kleed in de huiskamer uit te stallen. Ik kijk ondertussen naar de regen die buiten tegen het raam klettert en laat ze, in een kringetje om me heen, het blauwe berglandschap op de buienradar van mijn telefoon zien.
‘Maar je hebt toch een regenbroek?’, vraagt Liam behulpzaam. ‘Of heb je die niet bij je?’

Ik heb hem, dus zij klimmen in de bakfiets, ik rits de raampjes zorgvuldig dicht en we gaan.
‘Zullen we op de terugweg nog even langs het bakkertje?’, roept Liam vanuit de bak voor me. ‘Om het te vieren?’
Mijn antwoord verwaait, maar niemand lijkt het nodig te hebben.

Voor me heeft Liam één van de zijraampjes weer opengeritst. Drie hoofdjes hangen over de rand, gezicht in de regen. En roepen naar willekeurige voorbijgangers.
‘We mogen weer naar buiten!’ afgewisseld met ‘Opa is er in het echt!’

In het park sjokt een enkele hond met regendruppels in zijn vacht door het gras, het baasje met opgetrokken schouders onder een beschermende paraplu er achteraan.

Direct na de ingang klauteren Liam, Elin en Sophie uit de bakfiets en rennen in zigzagsprongen over de paden naar de speeltuin waar we altijd heengaan. Soms pakken ze even elkaars hand, dan rennen ze weer de ruimte in.

Met een meegebrachte doek maak ik de glijbaan en schommelzitjes zo’n beetje droog. Voor zover dat gaat als het ondertussen gewoon doorregent.

Het deert ze niet. Sophie schommelt zachtjes voor zich uit, haar ogen vanonder haar capuchon op de kastanjes hoog boven haar in de boom en prevelt ‘appeltjes’. Elin strekt haar benen telkens zo ver mogelijk in de lucht en gilt bij elke zwaai ‘hoger, opa!’ Liam slaakt onverstaanbare kreten en schommelt van enthousiasme in scheve hoeken op een zitje dat knarst aan zijn kettingen.
‘Normaal ben ik liever thuis!’, roept hij naar mij.

Hij is zelf verbaasd.