Voorbereiden

Na een kleine week dagelijks samen op Google Hangouts met Liam zijn huiswerk doornemen, begin ik zijn manier van werken een beetje in de gaten te krijgen. Of beter: zijn manier van werk voorbereiden. Een goed deel van ons Hangouts-uurtje gaat er mee heen, want zelfs aan een eenvoudige vraag over wat we gaan doen kan hij pas zijn aandacht geven wanneer alles voor hem klaarligt. Op zijn manier geordend. Taalwerkschriften bij elkaar op een stapeltje. Rekenwerk op een ander stapeltje. Daartussen zijn pen die kan schrijven en gummen, wat stiften in zorgvuldig uitgekozen kleursamenstelling en minimaal één zo’n stift ‘waarmee je kunt tekenen en dan zie je het woord nog’.
‘Markeerstift? ‘
‘Ja, die bedoel ik maar ik weet niet waar mama hem heeft opgeborgen.’

Dus gaan eerst alle lades op mama’s werkplek waar hij zijn schoolwerk maakt open. Roept hij naar beneden dat hij hulp nodig heeft als dat niks oplevert. Maar zit hij uiteindelijk een minuut of tien later dan toch tevreden terug op zijn plek achter zijn tot in detail ingerichte bureau.
‘Mooie stoel, hè?’, vraagt hij, terwijl hij bij wijze van demonstratie verend achterover leunt. ‘Hij is heel zacht.’
‘Wat zullen we gaan doen?’, vraag ik.
‘Ik ga eerst even wat drinken halen’, zegt hij terwijl hij opspringt en uit mijn beeld verdwijnt.

Het is een beetje als het zorgvuldig voorbereiden van een fietstocht. En dan net zo lief thuisblijven. Of liever eigenlijk. Dus dacht ik hem te helpen met wat voorbereiding. Klok kijken, had zijn moeder gezegd. Dat lukt nog niet, misschien kun je daar wat mee.

Hij houdt meer van puzzelen en rekenen dan van taal en tekenen, dus had ik – na de nodige nachtelijke didactische overpeinzingen – een door hem zelf uit papier geknipte cirkel als uur bedacht, verdeeld in helften en dan nog een keer in kwarten om samen rekenspelletjes mee te spelen.
Een vergissing. Dit, maar waarschijnlijk alles wel wat ik op zijn bureau zou schuiven.
‘Ik kan niet zo goed knippen’, reageert hij meteen na zijn eigen demonstratie van de viltstiften die hij had klaargelegd.
En ‘dat weet ik niet’, op mijn vragen naar wat is de helft van…
Daarna moet hij eigenlijk nodig plassen en krijg ik vervolgens ruimhartig belet om even een kopje koffie voor mezelf te gaan halen. In de bureaustoel tegenover me is hij bij mijn terugkeer zo diep weggezakt dat ik alleen het bovenste plukje van zijn haren nog onderaan mijn scherm zie. Het zetten van twee vijfminutenstreepjes op zijn uitgeknipte kwartieren lukt nog net. Dan is hij er echt klaar mee.

Bij wijze van lesafsluiting pak ik de klok, mijn zelfgestelde maar niet bereikte onderwijsdoel als gehoopte juf in wording, en vraag hem zonder al teveel verwachtingen of hij me kan vertellen hoe laat het is.
‘Ja hoor’, antwoordt hij direct. ‘Kwart voor tien. Gaan we nu iets anders doen?’