Groter

Ik deed het zonder dat ik er erg in had. Bij het beklimmen van de steile tunnelhelling die we onderweg van school naar huis altijd moeten nemen, leg ik bij kleinzoon Liam (7) mijn hand in zijn rug om het rondtrappen van de kleine fietswielen voor hem iets makkelijker te maken. Gewoonte. Hij vroeg er ook altijd expliciet om voor we bij school op de fiets stapten.
‘Hoeft niet, opa’, zegt hij nu terwijl hij op flinke snelheid naast me naar boven trapt. ‘Ik red het wel.’

Ook wanneer we thuiskomen, zie ik het. Normaal gesproken het moment dat schoenen, jas en rugzak met wijde bogen op willekeurige plekken in gang en huiskamer landen. Nu zet hij zijn schoenen bij het daarvoor bestemde rek in de gang. Niet ín, maar toch. Zijn jas zeilt hij richting kapstok in plaats van ongezien voor lief nemen waar hij toevallig neerkomt. En met zijn tas loopt hij naar de keuken, ritst hem daar open en zet zijn drinkbeker en broodtrommel netjes op het aanrecht.

En het houdt maar niet op. Wanneer ik aan hem en zijn twee zussen gevraagd heb wat voor fruit ze willen eten, rent hij meteen naar de kast met bakjes en bekers, stelt ze in de keuken in slagorde op en roept naar mij wat de bestellingen zijn.
‘Laat mij maar’, legt hij uit. ’Ik ben de topkok. Ik maak alles klaar.’

Voor bij het fruit heb ik ook koekjes meegenomen. Speciale, met weinig suiker op verzoek van zijn zusje die op school had geleerd dat je van suiker dik wordt. Ik leg ze uit dat ik in de winkel ben gaan zoeken en nu deze kinderkoekjes heb gevonden en voor ze meegenomen. Liam zou normaal gesproken zonder al teveel aandacht voor mijn verhaal direct een koekje hebben gepakt, misschien gevraagd hebben hoeveel hij er mag en nog voorafgaand aan het antwoord al vast zijn gaan eten. Nu loopt hij tijdens mijn uitleg naar de voorraadkast in de kamer, pakt daar een zakje uit en brengt het naar mij toe.
‘Wil jij misschien een grotemensenkoekje?’, vraagt hij terwijl hij het zakje voor me openmaakt. ‘Ze zijn met nootjes.’
Ik kijk hem een beetje verbaasd aan, denk ik. Want hij legt het nog even netjes aan me uit.
‘Jij brengt voor ons kinderkoekjes mee, dan bieden wij jou dit aan.’

Hij zei het zelf al. ‘Sinds ik in groep vier zit, voel ik me anders.’

‘Die Liam’, zeg ik.