Vakantie

Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen, maar in die zes weken van rondlummelen, ruziemaken, onverwachte dingen doen en iedereen zomaar thuis, gebeurt er wel iets met kinderen. Kleinzoon Liam (7) meldde het zelf bij het begin van het nieuwe schooljaar: ‘Het voelt anders in mijn hoofd. Ik weet nu dingen ineens zomaar vanzelf.’

Ook aan kleinzoon Julian (2) in Oslo merk ik het. We beeldbellen regelmatig, wat tot voor kort vooral betekende dat hij met mij op de telefoon van zijn vader het huis rondliep en zijn leven daar voorzag van voor mij eigenlijk niet verstaanbaar commentaar. De naam van zijn grote broer herkende ik alleen omdat hij hem altijd op dezelfde manier verknipte. Papa en mama kwamen ook door, net als mpa. Ik dus. De rest begreep hij alleen.

Maar sinds in Noorwegen de zomerdagen zonder eind weer zijn ingeruild voor het dagritme van barnehage en werk, is er ook bij hem duidelijk iets ‘anders in zijn hoofd’. Hij praat. Glashelder. Met kleine hijgjes tussen de woorden en wat geslis van overtollig spuug, maar zeer verstaanbaar. Te beginnen bij wat blijkbaar al die tijd in zijn hoofdje heeft rondgecirkeld om te kunnen benoemen. Zijn grote broer, uiteraard. Mario, vooruit maar. Luigi, die hoort er ook bij. En dan twee in één klap: Yoshi en opa Jos.

Hij lispelt het nu telkens in mijn oor als hij mij het huis rondsjouwt. Ik zie af en toe een krul, deinend op zijn koppie, maar vooral veel plafond. En hoor mijn naam. Zacht slissend aan het eind. Zoals mijn moeder het bij hoge uitzondering ook wel eens uitsprak. Op vakantie, als een beetje plat opeens mocht.