Oefenen

‘Even cee toe!’
Kleindochter Sophie (2) roept het monter over een schoudertje in mijn richting terwijl ze al op rappe beentje onderweg is richting wc. De deur daarvan kan ze sinds kort zelf openmaken en dat doet ze nu ook.
‘Maar Sophie’, probeer ik nog achter haar aan te roepen, ‘je hebt een luier aan…’

Een detail dat haar duidelijk niet deert want wanneer ik in de wc bij haar ben gearriveerd zit ze met een trotse blik op de pot, met haar legging, jurkje en luier als toch wel praktische bezwaren tussen droom en daad.
‘Wil je het proberen?’, vraag ik.
In plaats van antwoord te geven, kijkt ze geconcentreerd voor zich uit. Zoals ze al haar voorbeelden in het leven heeft zien doen, denk ik. Van de rol wc-papier pulkt ze ondertussen een minuscuul snippertje af en klemt dit tussen duim en wijsvinger.
‘Laten we je luier uitdoen’, stel ik voor.

Ze laat zich gewillig van de bril aftillen. Ik maak de weg voor het echte werk vrij, doe de kinderring over de bril en zet haar met haar blote billetjes terug op de pot.
‘Goed zo, opa’, zegt ze vriendelijk en lacht me bemoedigend toe.

Dan keert de ernst in haar ogen weer terug. Ze staart even in de verte. Heel even maar. Dan neemt ze de snipper papier die ze nog steeds vastgeklemd houdt, maakt er een vrijblijvend gebaar mee richting haar billen en laat zich dan met een tevreden gezicht van de pot afglijden. Het water daarin is helaas nog volkomen blanco zie ik, maar toch. Zij draait zich ondertussen om, klimt met handen en voeten op de bril, kan daardoor nét aan bij de spoelknop, drukt die in en klimt weer terug op de tegels.
‘Zo’, zegt ze. ‘Klaar.’
‘Luier weer aan?’, vraag ik.
‘Nee’, besluit ze. ‘Cee toe!’