Billen

Het is warm. Kleindochter Elin (4) stormt, verhit door het weer en haar uitbundige energie, met klapperende deuren de huiskamer binnen. In haar kielzog haar buurtvriendje David, ietsjes kleiner, minstens zo onstuimig.
‘Mag ik bij Daav in hun zwembadje?’, roept ze naar mij in de vorm van een vraag maar met de intentie van een mededeling.
‘Is goed’, zeg ik dan ook. ‘Ben je wel voorzichtig?’
Bij het eerste geeft ze een knikje, het tweede is goed voor een wegwuifgebaar met haar hand.
‘Moet je dan je zwempak niet aan?’, vraagt David.
Maar daarvoor heeft Elin veel te veel haast.
‘Ik ga wel zo’, zegt ze terwijl ze haar jurk met een snel gebaar naar boven tilt en ondertussen alweer de bocht de huiskamer uit neemt.
Buitendeur slaat dicht. Even stil, dan gaat de bel.

Daar staan ze weer.

‘Ik moet toch mijn zwempak’, zegt Elin. ’Help je even want die ligt helemaal bovenin mijn kast?’
‘Oké’, zeg ik en loop achter ze aan de trap op.
Wanneer ik daar ben gearriveerd, worstelt Elin met een half uitgetrokken sandaal aan haar voet en wijst mij de plek waar ik haar badpak kan vinden.
‘Daav wil mijn blote billen niet zien’, zegt ze als verklaring voor de plotselinge plannenwijziging.
David zelf mompelt iets wat als een relativering klinkt. Elin schopt nu beide schoenen tegelijk met uitslaande benen de kamer in en pakt de onderkant van haar jurk om die over haar hoofd uit te trekken.
‘Ogen dicht of weg Daav’, roept ze naar haar vriend, ‘anders zie je ze nog!’
Die heeft zich blijkbaar al min of meer bedacht, want hij doet geen van beide.
‘Ik kijk wel naar je voeten’, zegt hij.
‘Oké’, zegt Elin en zwaait haar jurk en onderbroek achter haar weggezeilde schoenen aan.
‘De bandjes moeten gekruist’, zegt ze tegen mij terwijl ze op het badpak wijst.
Haar benen kan ze nauwelijks tot de rust dwingen die nodig is om het aan te krijgen. Maar het lukt.
‘Kom Daav’, zegt ze.
Ze bonken de trap af. Deur knalt achter ze dicht.

Ze komen naar jou toe, app ik naar de buurvrouw.