Prinses

‘We spelen prinsesje.’
Kleindochter Elin (4) en het vriendinnetje uit de buurt dat is komen spelen, hebben allebei een hoogrode kleur en opgewonden stemmen. Uit de verkleedkist hebben ze zwierige jurken en sjaals met gouden glittertjes opgediept, dus de uitleg wat ze zijn, is eigenlijk niet echt nodig. Ook niet wie de regie over dit gezamenlijke rollenspel heeft, want terwijl ik de trap oploop naar de kamer waar ze spelen, hoor ik de gedetailleerde instructies van Elin al – ‘En toen zei jij “ja prinses”… Zeg dan!’ – voor deze performance zonder publiek.

Maar blijkbaar is er in de regie ook een klein foutje qua timing opgetreden, want naast hun speelkamer zie ik de badkamerdeur wagenwijd openstaan met op de grond een haastig weggeworpen handdoek en daarnaast een in elkaar gedraaid bolletje natte onderbroek en legging.
‘Oh, die is nat’, zegt Elin meteen wanneer ze ziet dat ik de boel opraap om in de wasmand te doen.
‘Kan gebeuren’, zeg ik. ‘Weet je waar je een schone onderbroek kunt vinden?’
Niet helemaal het soort vraag waar een prinses – met regiefunctie nota bene – blij van wordt.
‘Natuurlijk, opa’, zegt ze dan ook met een zucht en tilt toch nog zo prinsessenlijk als mogelijk haar ragfijne zwierjurk op om te laten zien wat daar keurig en droog onder zit.
‘Meid, toch. Wat goed!’, zeg ik.
‘Opa!’, komt ze nu voor me staan als iemand die een knagend misverstand toch maar eens de wereld uit moet helpen. ‘Ik ben al vier!’
‘Vijf over een paar maandjes!’, roep ik enthousiast.
Ze steekt twee handjes tegelijk naar mij uit, als iemand die ook zonder verdere tekst zijn punt gemaakt heeft.
‘Dan hoef je me dus écht niet meer te helpen!’, zegt ze.
Voor wie het dan toch nog uitgespeld moet krijgen.