Luister

Opadag betekent in mijn geval uit angst de wekker niet te horen vanaf een uur of vier ’s morgens wakker liggen, dan vroeg eruit, rustig plekje zoeken in de trein, vanwege de uitgeklede busdienstregeling lopen naar de kinderen, op het erkerraam van hun woonkamer kloppen dat ik er ben en wachten op wie er naar de deur stormt om open te doen.

Maar wachten is deze keer niet nodig want door het dichte raam van de huiskamer begint Elin (4), terwijl ze half aangekleed heen en weer springt in de erker aan een uitgebreid verhaal waar ze alles wat ze aan armen en benen heeft bij inzet. Het raam is dubbel glas, ik weet niet wat ze zegt. Dat lijkt haar niet te deren.

Ondertussen komt haar kleine zusje Sophie (2) met mama de deur opendoen en nog voor we de kamer hebben bereikt in een stortvloed van halve zinnen iets aan me uitleggen. Poppel, versta ik. Dat is de kat. En muis hoor ik ook. Muis opa. Poppel muis. Mag toch niet. Muis opa. Poppel. En zo verder in een lange sliert woorden en brokjes zin.

Terwijl we samen de kamer inlopen rent Elin weg bij het raam om haar opgewonden betoog aan mij dwars door Sophies uitleg heen voort te zetten.
‘Luister, opa!’
Ook bij haar gaat het over een muis en over mama die de kat op het balkon heeft gezet. Met muis en al blijkbaar.

De twee meiden springen voor me op en neer, struikelend over hun eigen woorden en benen. Om het werk van de kat allemaal nog eens goed uit te leggen, stampt Sophie met een vernietigend gebaar haar voetje op de grond en kijkt me verontwaardigd aan.
‘Mag toch niet opa?’
‘Hij ging hem opeten!’, roept haar zus er doorheen met een hoog gilletje van de schok en de sensatie.

Grote broer Liam (bijna 7) zit ondertussen aan de eettafel, gebogen over een schoolschrift met plaatjes waar een woord bij moet.
‘Poppel had een muis te pakken’, zegt hij op de laconieke toon van de man die alles al eens langs heeft zien komen. Hij haalt er lichtjes zijn schouders bij op.
‘Kun je me even helpen met deze woordjes?’

Mijn opadag is begonnen.