Bescheidenheid

Vanuit mijn raam zie ik tweemaal per uur een sliert lege bussen hun symbolische rondje door de stad inzetten. Het stationsplein, anders een gedrang van rennende mensen en ratelende koffers, is van de duiven en van een enkele verwarde man die ook wat er nog aan OV rijdt, laat passeren met het wegwerpgebaar waarmee hij – corona of niet – zijn uitgeschreeuwde levensvisie begeleidt.

En ik denk. Dat het ook wel iets heeft bijvoorbeeld. Zo’n virus confronteert in elk geval met onze afhankelijke positie in natuurlijke systemen. Wij houden koeien en kweken courgettes. Virussen confisqueren en exploiteren cellen, van ons als het zo uitkomt. Eten of gegeten worden, of ‘Nou kiek’, zoals een kippenhouder in de Achterhoek aan mij en mijn steeds benauwder kijkende kinderen uitlegde. We kwamen er langs op een fietsvakantie en mochten even binnen kijken. Waar hij met breed zwaaiende armen voordeed hoe zijn duizenden beesten die als een naamloze zee voor onze voeten golfden eens per maand door een legertje mannen in oranje schrikoverals de vrachtwagen naar hun dood in werden gejaagd. ’s Nachts, anders lukte het niet.

Die systeemwaarheid geldt dus ook voor ons. Een niet eens zichtbaar virusje laat de hele wereld verbijsterd uit het raam van zijn zelf georganiseerde gevangenschap staren, met als hoogtepunt de dagelijkse update van het aantal doden en de bezetting van IC-bedden. Tot ook daarover onze slimheid om liever te eten dan gegeten te worden zegeviert. Dat gaat ongetwijfeld gebeuren. Maar tot die tijd toch even een lesje in bescheidenheid.