Winnen

Het is schoolvakantie. De vrees voor het rondwarende virus heeft het bij elkaar in- en uitlopen van de kinderen in de buurt teruggebracht tot een klop op het raam en ontmoetingen op de stoep. Maar op deze opadag regent het, dus is de huiskamer ons domein.

Kleinzoon Liam (6) werpt zich bij die mededeling met een routineus gebaar ruggelings op de bank. Tablet in zijn hand, Batman paraat in zijn cave om een gemeen grijnzende Joker een leveltje lager te laten springen.

Kleindochter Sophie (2) wil het even precies weten.
‘Speeltuin toe?’, vraagt ze.
‘Het is te nat, Sophie’, leg ik uit. ‘De glijbaan is nat, de schommels zijn nat. Blèh…’
‘Doek mee?’, oppert ze en loopt alvast naar het kastje waar de lappen liggen die nog niet zo heel lang geleden groot genoeg waren om haar in zijn geheel in te wikkelen.
‘Glijbaan goonmaken?’, vraagt ze en kijkt me vriendelijk lachend aan om haar kansen nog wat te vergroten.

Haar grote zus Elin (4) heeft ondertussen eerst een tijdje naar buiten getuurd, uitkijkend naar haar vriendje van twee deuren verder gok ik. Dan loopt ze naar de eettafel. Uit de stapel heel en half afgemaakte kunstwerken die daar ligt, trekt ze een kleurplaat van een mensenhoofd met een stukje lijf eraan. De ogen heeft ze in een vorige ronde al met ruime streken groen ingekleurd.
‘Mag ik de stiften?’, vraagt ze.

Uit het kistje dat ik op tafel zet, pakt ze een dikke, zwarte viltstift. Met forse, hoekige strepen krast ze het mensenlijf in de kleur van haar keuze.
‘Wat maak je?’, vraag ik.
‘De cellen’, zegt ze en pakt een paarse viltstift voor de rest van haar project.
‘Dat is het coronavirus’, legt ze me uit terwijl ze puntige paarse strepen richting haar ingekleurde mens tekent.
‘En wat gebeurt er dan?’, wil ik graag weten.
Ze kijkt even naar het strijdtoneel op de voorgedrukte lijntjes van het plaatje.
‘De cellen gaan winnen’, beslist ze en pakt de zwarte stift om haar oplossing nog wat steviger te illustreren. Tevreden kijkt ze naar het resultaat en zeilt het papier met een boogje op de stapel afgerond werk.
‘En dan gaat het virus gewoon weer terug naar zijn eigen huis…’, zegt ze.

Ze tilt twee handjes in de lucht om te laten zien hoe eenvoudig het eigenlijk allemaal is.