Skype

Op de reclamespotjes van KPN ziet het er zo verantwoord uit. Een oudere mevrouw, oma denken we dan, heeft op een salontafeltje een tablet voor zich staan. Ernaast ligt een boek waar ik op de opengeslagen bladzijde een schetsmatig uitgevoerde neushoorn ontdek, eronder staat wat tekst. ‘En toen…’, zegt oma… Het beeld zwaait naar de andere kant van deze sprookjesachtige voorleessessie in coronatijd, waar twee versgewassen kinderen, de kleinkinderen denken we dan, braaf zitten te luisteren en zoetjes laten passeren dat ze het plaatje helemaal niet kunnen zien omdat oma het boek naast haar tablet op tafel heeft gelegd.

Zo gaat het bij mij niet.

Kleinzonen Jonas (4) en Julian (2) in Oslo moeten zich net als hier nu al vier weken lang thuis vermaken en dan is een beeldscherm dat terugpraat een welkome afwisseling voor vader en zonen. Zoals vanochtend vroeg, als Jonas dringend via Skype van me wil weten of ik net als de opa van Donkey Kong niet van avontuur houdt en liever in een luie stoel zit.
‘Klopt’, zeg ik.
Een boodschap die effectief wordt gesmoord in de handjes van zijn kleine broer die opa op draagformaat voor zichzelf wil en met mij digitaal opgeborgen het huis rondstapt. Stukken plafond zie ik. Rode vingers, zoals mijn vader vroeger toen ik klein was altijd ter geruststelling deed met het nachtlampje boven mijn bed. Op de achtergrond hoor ik Jonas iets naar me roepen.
‘Hij wil weten of je werk hebt’, helpt zijn vader. Even later gevolgd door de vraag waarom niet en hoezo te oud.

Ondertussen cirkelt de huiskamer in hoog tempo aan mij voorbij. Kennelijk heeft Julian mij in de draaistoel gezet waar hij zelf, bij voorkeur overdwars liggend, graag zijn rondjes in draait. Van hemzelf zie ik alleen af en toe een stukje buik in pyjama langs flitsen. Zijn grote broer maakt ergens aan de randen van mijn beeldbereik verboden sprongen op de zitbank met de grote zachte kussens.

En dan opeens, van heel dichtbij, de grote bruine ogen van Julian. Ik hoor zacht gehijg en wat geslis rond zijn speentje.
‘Mmmpa!’, roept hij dan, verbaasd en blij tegelijk.
‘Hé die Julian’, zeg ik.
Hij moet er erg om lachen. Ergens buiten mijn beeld ontsnapt daarbij blijkbaar een druppel spuug. Ik schrik toch even wanneer die via internet precies in mijn oog belandt.
‘Video is gestopt…’, verschijnt direct daarna in beeld.

‘Dag jongens’, zeg ik tegen een leeg scherm.