Energie

Het is de eerste dag van het jaar dat we de warme jassen thuis kunnen laten. Voor me in de bakfiets leunt kleindochter Sophie (2) op haar armen over de rand. Ze hangt zover mogelijk naar buiten en kijkt omhoog, naar de bomen langs de weg. Ik denk om te zien waar het gekwetter vandaan komt waarmee de vogels laten weten dat het voorjaar is. Naast me rijdt kleinzoon Liam (6) met nonchalante slingertjes op zijn eigen fiets.
‘Kijk je ook een beetje om je heen naar het andere verkeer?’, vraag ik als we de rotonde richting park en speeltuin rondrijden.
‘Hoeft niet opa. We hebben voorrang’, zegt hij. Maar doet het dan evengoed, voor mij waarschijnlijk.

Op het rechte stuk daarna, maakt hij lekker vaart.
‘Het gaat veel beter, met mijn bril’, vertelt hij enthousiast en duwt de nieuwe aanwinst in zijn leven wat steviger op zijn neus. Met opeens plus 3,5 op zijn neus, moet het verschil tussen ervoor en erna inderdaad indrukwekkend zijn.
‘Je ziet zeker veel meer, hè?’
Hij knikt.
‘En ik hoef niet zo hard meer te trappen’, zegt hij en wijst op zijn benen die inderdaad lekker soepeltjes ronddraaien. ‘Kijk maar!’
‘Hoezo dan door je bril?’, vraag ik.
‘Dat komt door de energie’, zegt hij en gebaart er zo ruim bij dat hij even de bakfiets aantikt met zijn stuur.
‘Sorry’, zegt hij op de automatische piloot, om me dan verder uit te leggen hoe de dingen zitten.
‘Kijk’, gebaart het met één hand los van het stuur. ‘Eerst ging alle energie naar mijn ogen…’, hij kijkt even opzij om te controleren of ik hem nog volg. ‘… en nu naar mijn voeten!’. Hij wijst demonstratief naar beneden, pakt zijn stuur weer met twee handen vast en kijkt met een brede lach op zijn gezicht de verte in.

Ik kijk naar die jongen op zijn fiets en zie het ook. Het gaat bijna vanzelf.