Normaal

Het doet denken aan vroeger, toen de winter van het ene moment op het andere de stad met een glimmende laag ijzel spekglad kon strijken. Auto’s bleven aan de stoep, geluiden vielen stil, mensen schuifelden omzichtig over straat en keken elkaar aan met een zoekende blik of dit nou leuk of lastig was. Dat duurde dan een dag, hooguit.

Inmiddels schuifelen we alweer anderhalve week in boogjes om elkaar heen om het coronavirus wat minder levenslustig over te laten springen en dan blijkt hoe snel er een nieuw normaal is. Nog geen week, en dicht bij iemand staan is alsof je naar een film kijkt waar iedereen sigarettenrook in elkaars gezicht staat te blazen. Was ook ooit gezellig en normaal, nu iets voor sociale paria’s.

Zoenen, verjaardagsfeesten, op terrasjes hangen. Het zijn de gênante bezigheden van nu geworden. Asociaal bijna. Er voor in de plaats is er het nieuwe normaal. Lekker thuis blijven en een appie sturen. Niet eens sorry zeggen, dat is voor als je wél langs gaat. Uitwijken op straat alsof elke voorbijganger een gemene hond aan een te lange lijn bij zich heeft. Reizen in vrijwel lege treinen, met pontificaal een tas op de stoel naast je en botweg weigeren die op te tillen als iemand aanstalten maakt daar te gaan zitten. Waar in de oude tijden de conducteur omriep om iedereen zijn zitplaats naast je te gunnen, getuigt het nu van sociale intelligentie de ander het idee alleen al kwalijk te nemen.

Zelfs de boze man die bij ons in de buurt zwerft, altijd scheldend op peuken bij de tramhalte, plastic in de gracht, blikjes rond de vuilnisbak, en vooral de mensen die dit veroorzaken, is om. Die schreeuwt nu luidkeels over straat ‘CORONA!’ als ook maar iemand in zijn blikveld de nieuwe sociale cirkel van een ander dreigt te doorbreken.

Het voelt alsof dit altijd zo is geweest en eeuwig zo zal blijven.