Corona

De zon schijnt met een zachte belofte aan het voorjaar. Ik ben in de speeltuin van een park, aangelegd in 19e eeuwse statigheid. Oude bomen kijken geruststellend neer op kleindochters Elin (4) en Sophie (2), allebei op een schommel. Een stukje verderop laat kleinzoon Liam (6) zich met een ernstige trek op zijn gezicht vanuit een vrolijk rood puntdakhuisje over de glijbaan naar beneden zakken. Languit op zijn rug, zoals dat hoort. Bij mijn aankondiging dat we vandaag helaas niet naar ons vaste limonade-met-cake adres konden, knikte hij.
‘Coronavirus’, constateerde hij zonder verder commentaar.

Vlak bij hem zitten twee meiden van een jaar of twaalf, hun te lange benen hoekig bungelend over een glanzend opgepoetste buis waar kleinere kindjes door naar de glijbaan kunnen kruipen. Zij hebben het er ook over.
‘We moeten iets doen’, hoor ik de een zeggen.
‘Ja, iets voor ouderen of zo…’, reageert de ander peinzend.
‘Of op kinderen passen…’.
‘Of boodschappen doen voor iemand…’.
Ze lopen naar de schommels, waar ze hun benen naar de blauwe lucht uitstrekken. In afwachting van het goede idee, denk ik.

Daar duw ik om beurten Elin en Sophie de lucht in.
‘Niet te hard’, roept Elin bij elke nieuwe ronde. ‘Want eigenlijk heb ik hoogtevrees.’
‘Hoger opa!’, gilt haar kleine zusje op diezelfde momenten. ‘Leuk!’
Op de glijbaan kijkt Liam onverstoorbaar naar de lucht terwijl hij achteroverliggend naar beneden zoeft.

In de bakfiets terug zoekt Elin dringend naar een narcis die ze, in tegenstelling tot die in het park, van mij wél mag plukken.
‘Want ik vind narcissen de mooiste bloemen die er bestaan,’ heeft ze besloten, vol verlangen kijkend naar een veld met prachtige, maar onbereikbare exemplaren.
‘Hé meneertje koekenpeertje’, roept Liam op het bankje tegenover haar naar een man op een fiets. Die niet op- of omkijkt. Dus roept Liam het opnieuw, nóg luider.
Sophie naast hem meldt met grote regelmaat dat ze het leuk vindt. Niets in het bijzonder, alles eigenlijk wel.

‘Zelf doen!’, roept ze als ik, thuisgekomen, haar schoenen vol zandbakzand voorzichtig uit wil trekken. De twee groten met schooldiscipline zeilen ondertussen die van hen richting schoenenrek, rennen naar hun thuiswerk-dagschema’s die uitgeprint aan de muur hangen, pakken hun speciale viltstift en vinken het vakje ‘buiten spelen’ af.
‘En nu, opa?’